We hebben wel vaker kauwen bij huis, want die komen af op wat er in de kippenren te vinden is. Die kauwen zijn altijd op hun hoede, ze houden sowieso afstand en bij de minste beweging gaan ze er snel vandoor. Maar op een dag in juli zat er opeens zomaar een jonge kauw voor ons achterraam. Hij zat er niet even, maar bleef zitten en keek ook aandachtig naar binnen. Alsof hij ons nauwkeurig op zat te nemen. Dat was toch wel zo opvallend dat Willemien naar buiten ging en de kauw voorzichtig benaderde. Het was een vreemde vogel, want hij vloog niet weg, was helemaal niet bang, maar kwam juist nieuwsgierig dichterbij. Met wat stukjes brood erbij at hij al snel uit de hand, en niet veel later zat hij al op een arm.

De kauw bleef de rest van de dag in de buurt, en kreeg natuurlijk nog een aantal keer wel weer wat te eten. Omdat dit nu niet meer zomaar een vogel was, maar we elkaar nu kenden moest hij (of zij?) natuurlijk ook een naam krijgen. Dat werd Jonathan. En tot nu toe is Jonathan al een week lang elke dag wel weer teruggekomen. Toch verblijft hij niet permanent in onze achtertuin, hij is soms ook best een poos weg. Misschien heeft hij zo nog wat adresjes waar wel wat te halen valt? Maar vaak zien we hem ’s ochtends al op de kliko’s zitten, in afwachting tot wij hem iets voeren. Of hij komt op de vensterbank van het keukenraam zitten, als hij ons daar binnen ziet zitten. Maar één dag hadden we hem tot ver in de middag helemaal niet meer gezien, zodat we al bijna de conclusie trokken dat de vogel nu waarschijnlijk definitief gevlogen was. Een beetje jammer, maar we dachten ‘het zij zo’, Jonathan is tenslotte een vrije vogel. Ook een jonge kauw moet, net als een kind uiteindelijk, een keer uitvliegen als de tijd rijp is. Maar zover was het toch nog niet. Tot onze blijdschap verscheen hij alsnog.

Wat moet je daar nu van denken? Ik had het eerlijk gezegd nooit zo op kauwen. Maar dit is anders. Dit is een vogel die uit zichzelf naar ons toe kwam. Die doelbewust toenadering zocht, en helemaal niet bang voor ons was, maar juist geïnteresseerd. Dat is toch zeldzaam, deze kauw is in feite een witte raaf! Natuurlijk, daar zal voedsel vast en zeker een grote rol in spelen. En misschien dat Jonathan al door anderen tam gemaakt was. Maar het voelt toch heel bijzonder. Wonderlijk. En wat mij betreft geldt het in elk geval voortaan voor kauwen: beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht...

Gedachten in vogelvlucht
Vervolgens kun je gaan mijmeren. Zijn er geen verhalen met kauwen erin? Nou, voor zover ik kon terugvinden komen in de Bijbel geen echte kauwen voor. Maar bijvoorbeeld wel raven. En al is een kauw bepaald geen raaf, verwant zijn ze wel. Dan is het opmerkelijk dat het juist een raaf is die Noach als eerste vogel loslaat als het water van de vloed is gaan zakken. Maar deze raaf ‘bleef heen en weer vliegen totdat de aarde droog was’. Die kwam dus niet meer bij Noach terug, ook al was de aarde nog niet begaanbaar. Terwijl de duif die Noach vervolgens na de raaf losliet, ook nergens een plekje kon vinden en daarom terugkeerde naar de ark om zich door Noach te laten binnenhalen. De duif was wel handtam, zoals dat bij duiven kan. Maar zelfs boven een ondergelopen aarde waagde die robuuste raaf zich niet meer binnen bereik van Noach. Daartegenover afgezet is een kleine kauw die uit zichzelf naar ons toe kwam nog een beetje extra bijzonder.
Je kunt ook denken aan de profeet Elia, die (zoals te lezen valt in I Koningen 17) tijdens een hongersnood door raven van voedsel werd voorzien: “De raven brachten hem daar ’s ochtends en ’s avonds brood en vlees, en water dronk hij uit de rivier.” Maar ja, hier zijn het de vogels die Elia voedsel brengen, terwijl het voor onze kauw Jonathan puur andersom werkt; hij heeft tot op heden tenminste nog niets voor óns meegebracht...
Toch valt er ook een overeenkomst te ontdekken met Elia. In Leviticus 11 (en Deuteronomium 14) worden namelijk alle vogelsoorten opgesomd die niet alleen moeten gelden als oneetbaar, maar ook als onrein en weerzinwekkend. Daartussen staan ook ‘alle soorten kraaien en raven’. En daar vallen dus ook kauwen onder! Maar dat hoefde Elia kennelijk niet te weerhouden van nauw contact met deze zwarte vogels. Net als ons.


Franciscaanse verbondenheid
Toch vind ik nog het mooist om te bedenken dat onze ontmoetingen met de tamme Jonathan in de verte een beetje doen denken aan Fransiscus van Assissi. Dat is immers de heilige van wie verteld wordt dat hij sprak tot de vogels, die rondom hem kwamen zitten en in alle rust naar hem luisterden, en pas weer wegvlogen nadat Franciscus ze had gezegend. Hij noemde vogels zelfs zijn lieve zusjes, zo’n sterke verwantschap voelde hij met vogels en alle dieren als medeschepselen.
Precies dat is eigenlijk ook wat Jonathan ons gebracht heeft: verwondering over de verbondenheid die je kunt voelen met medeschepselen. Dus Jonathan, dankjewel daarvoor. En uitgerekend vandaag heb ik Jonathan nog niet gezien. Zou hij nog terugkomen? We zullen zien. Maar in gedachten denk ik ‘het ga je goed!’ Inderdaad, eigenlijk als een zegen...


ds. Jelbert Versteeg

Jonathan - een bijzondere vogel

We hebben wel vaker kauwen bij huis, want die komen af op wat er in de kippenren te vinden is. Die kauwen zijn altijd op hun hoede, ze houden sowieso afstand en bij de minste beweging gaan ze er snel vandoor. Maar op een dag in juli zat er opeens zomaar een jonge kauw voor ons achterraam. Hij zat er niet even, maar bleef zitten en keek ook aandachtig naar binnen. Alsof hij ons nauwkeurig op zat te nemen. Dat was toch wel zo opvallend dat Willemien naar buiten ging en de kauw voorzichtig benaderde. Het was een vreemde vogel, want hij vloog niet weg, was helemaal niet bang, maar kwam juist nieuwsgierig dichterbij. Met wat stukjes brood erbij at hij al snel uit de hand, en niet veel later zat hij al op een arm.

De kauw bleef de rest van de dag in de buurt, en kreeg natuurlijk nog een aantal keer wel weer wat te eten. Omdat dit nu niet meer zomaar een vogel was, maar we elkaar nu kenden moest hij (of zij?) natuurlijk ook een naam krijgen. Dat werd Jonathan. En tot nu toe is Jonathan al een week lang elke dag wel weer teruggekomen. Toch verblijft hij niet permanent in onze achtertuin, hij is soms ook best een poos weg. Misschien heeft hij zo nog wat adresjes waar wel wat te halen valt? Maar vaak zien we hem ’s ochtends al op de kliko’s zitten, in afwachting tot wij hem iets voeren. Of hij komt op de vensterbank van het keukenraam zitten, als hij ons daar binnen ziet zitten. Maar één dag hadden we hem tot ver in de middag helemaal niet meer gezien, zodat we al bijna de conclusie trokken dat de vogel nu waarschijnlijk definitief gevlogen was. Een beetje jammer, maar we dachten ‘het zij zo’, Jonathan is tenslotte een vrije vogel. Ook een jonge kauw moet, net als een kind uiteindelijk, een keer uitvliegen als de tijd rijp is. Maar zover was het toch nog niet. Tot onze blijdschap verscheen hij alsnog.

Wat moet je daar nu van denken? Ik had het eerlijk gezegd nooit zo op kauwen. Maar dit is anders. Dit is een vogel die uit zichzelf naar ons toe kwam. Die doelbewust toenadering zocht, en helemaal niet bang voor ons was, maar juist geïnteresseerd. Dat is toch zeldzaam, deze kauw is in feite een witte raaf! Natuurlijk, daar zal voedsel vast en zeker een grote rol in spelen. En misschien dat Jonathan al door anderen tam gemaakt was. Maar het voelt toch heel bijzonder. Wonderlijk. En wat mij betreft geldt het in elk geval voortaan voor kauwen: beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht…

 Elia door de raaf gevoed 
schilderij van (de omgeving van) Maarten van Heemskerck, ca. 1550. Museum Catharijneconvent
Gedachten in vogelvlucht

Vervolgens kun je gaan mijmeren. Zijn er geen verhalen met kauwen erin? Nou, voor zover ik kon terugvinden komen in de Bijbel geen echte kauwen voor. Maar bijvoorbeeld wel raven. En al is een kauw bepaald geen raaf, verwant zijn ze wel. Dan is het opmerkelijk dat het juist een raaf is die Noach als eerste vogel loslaat als het water van de vloed is gaan zakken. Maar deze raaf ‘bleef heen en weer vliegen totdat de aarde droog was’. Die kwam dus niet meer bij Noach terug, ook al was de aarde nog niet begaanbaar. Terwijl de duif die Noach vervolgens na de raaf losliet, ook nergens een plekje kon vinden en daarom terugkeerde naar de ark om zich door Noach te laten binnenhalen. De duif was wel handtam, zoals dat bij duiven kan. Maar zelfs boven een ondergelopen aarde waagde die robuuste raaf zich niet meer binnen bereik van Noach. Daartegenover afgezet is een kleine kauw die uit zichzelf naar ons toe kwam nog een beetje extra bijzonder.

Je kunt ook denken aan de profeet Elia, die (zoals te lezen valt in I Koningen 17) tijdens een hongersnood door raven van voedsel werd voorzien: “De raven brachten hem daar ’s ochtends en ’s avonds brood en vlees, en water dronk hij uit de rivier.” Maar ja, hier zijn het de vogels die Elia voedsel brengen, terwijl het voor onze kauw Jonathan puur andersom werkt; hij heeft tot op heden tenminste nog niets voor óns meegebracht…

Toch valt er ook een overeenkomst te ontdekken met Elia. In Leviticus 11 (en Deuteronomium 14) worden namelijk alle vogelsoorten opgesomd die niet alleen moeten gelden als oneetbaar, maar ook als onrein en weerzinwekkend. Daartussen staan ook ‘alle soorten kraaien en raven’. En daar vallen dus ook kauwen onder! Maar dat hoefde Elia kennelijk niet te weerhouden van nauw contact met deze zwarte vogels. Net als ons.

                                                                                           

 
Sint Franciscus preekt tot de vogels
schilderij van Giotto, 1297
Franciscaanse verbondenheid

Toch vind ik nog het mooist om te bedenken dat onze ontmoetingen met de tamme Jonathan in de verte een beetje doen denken aan Fransiscus van Assissi. Dat is immers de heilige van wie verteld wordt dat hij sprak tot de vogels, die rondom hem kwamen zitten en in alle rust naar hem luisterden, en pas weer wegvlogen nadat Franciscus ze had gezegend. Hij noemde vogels zelfs zijn lieve zusjes, zo’n sterke verwantschap voelde hij met vogels en alle dieren als medeschepselen.

Precies dat is eigenlijk ook wat Jonathan ons gebracht heeft: verwondering over de verbondenheid die je kunt voelen met medeschepselen. Dus Jonathan, dankjewel daarvoor. En uitgerekend vandaag heb ik Jonathan nog niet gezien. Zou hij nog terugkomen? We zullen zien. Maar in gedachten denk ik ‘het ga je goed!’ Inderdaad, eigenlijk als een zegen…

                                                                                     ds. Jelbert Versteeg