Kerstkraam zaterdag 15 december

Kerstkraam zaterdag 15 december

Kerstkraam ZWO zaterdag 15 december van 10.30 tot 16.00 uur.Er zijn kerststukken, kerstbroden en diverse kerstartikelen te koop.De opbrengst is voor het ZWO project 'Hulp aan straatkinderen in Colombi lees meer:

Kerstnachtdienst 2018

Kerstnachtdienst 2018

Sfeervolle Kerstnachtdienst bij kaarslicht in Epe.Voor meer informatie zie deze poster: Poster Kerstnachtdienst lees meer:

ZWO-project 2018-2019

ZWO-project 2018-2019

Hulp aan straatkinderen in Medellin ColombiaDuizenden kinderen in de Colombiaanse stad Medellín leven in krottenwijken. Stichting Straatkinderen Medellín organiseert allerlei activiteiten om te voorkomen lees meer:

  • Kerstkraam zaterdag 15 december

    Kerstkraam zaterdag 15 december

    Kerstkraam ZWO zaterdag 15 december van 10.30 tot 16.00 uur.Er zijn kerststukken, kerstbroden en...

  • Kerstnachtdienst 2018

    Kerstnachtdienst 2018

    Sfeervolle Kerstnachtdienst bij kaarslicht in Epe.Voor meer informatie zie deze poster: Poster...

  • ZWO-project 2018-2019

    ZWO-project 2018-2019

    Hulp aan straatkinderen in Medellin ColombiaDuizenden kinderen in de Colombiaanse stad Medellín...

De boom in?
Als je tegen iemand zegt ‘je kunt de boom in’, dan is dat over het algemeen niet aardig bedoeld. Het laat aan duidelijkheid niets te wensen over: die ander kan je op dat moment even niets schelen. Misschien – en moet ik zeggen hopelijk? – is het een uitdrukking die u zelden of nooit gebruikt. Maar toch. Zou het kunnen dat we, onuitgesproken, onbewust en ongewild, een ander toch best weleens die boodschap geven: je kunt de boom in? Aan de hand van het verhaal van Zacheüs wil ik daar even nader op ingaan.

Zacheüs
Wie het verhaal over Zacheüs kent, weet dat hij letterlijk ‘de boom in’ gaat. Want wat is daar aan de hand: Zacheüs is iemand die zich, door zelfverrijking en corruptie, in zijn woonplaats niet populair heeft gemaakt. Nu komt Jezus naar de stad waar Zacheüs woont, en is Zacheüs best nieuwsgierig wie deze Jezus nu eigenlijk is. Hij wil dus een kijkje gaan nemen, maar vanwege alle mensen rondom Jezus en doordat Zacheüs zelf klein van stuk is, ziet hij niets. Daarop verzint Zacheüs een plan B: hij loopt snel een stuk vooruit en klimt in een boom. Vandaar uit kan hij Jezus toch zien als hij langs komt. Op dat moment gebeurt iets onverwachts: Jezus ziet Zacheüs in die boom zitten – en noemt hem bij zijn naam. Hij zegt dat Zacheüs snel naar beneden moet komen omdat hij bij hem thuis wil komen. Blijdschap overvalt Zacheüs, maar ‘de mensen’ spreken er schande van: wat moet Jezus nu uitgerekend bij die Zacheüs die door iedereen wordt uitgekotst? Toch voelt Zacheüs zich door Jezus zodanig aangesproken dat hij voortaan anders wil: hij zal de helft van zijn bezit wegschenken aan de armen en wat hij oneerlijk heeft verkregen, zal hij viervoudig vergoeden. Jezus noemt deze verandering niets minder dan redding, redding die Zacheüs ten deel is gevallen omdat ook hij een ‘zoon van Abraham’ is. En Jezus, ‘de Mensenzoon’, is juist gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was. 
(zie Lucas 19:1-10)

De mensen
Nu kun je in het verhaal over Zacheüs van alles lezen. Mijn aandacht wordt dit keer getrokken naar de rol van ‘de mensen’ zoals die zich in dit verhaal rondom Jezus bewegen. Dit zijn de mensen die dicht bij Jezus (willen) staan en enthousiast zijn over zijn aanwezigheid. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee. Maar tegelijk keren ze met hun houding een outsider als Zacheüs de rug toe. Ontnemen ze, als groep, iemand van buiten die groep het zicht om te ontdekken wie Jezus is. Het lijkt wel of ze vinden dat het vanzelfsprekend is dat zij dichtbij Jezus zijn, en doen daarbij geen enkele moeite om rekening te houden met iemand als Zacheüs. En hoewel het niet met woorden wordt gezegd, blijkt het wel uit hun houding en loopt het daar ook letterlijk op uit: Zacheüs kan de boom in! Ach, iemand als Zacheüs hoort er toch ook duidelijk niet bij? Maar als vervolgens blijkt dat Jezus ook iemand als Zacheüs wel degelijk kent en wil aanspreken, iemand die toch lang niet zo fatsoenlijk en deugdzaam is als zijzelf, dat hij zelfs bij hem thuis wil komen – dan zijn de mensen verbaasd, verongelijkt, en beginnen ze te mopperen.

Deze tijd
Veel mensen in onze tijd zou je kunnen betitelen als ‘Zacheüssen’ die best wel nieuwsgierig zijn naar Jezus, mensen die als het ware dichter bij het Mysterie willen komen, die verlangen om een glimp op te vangen van een Goddelijke aanwezigheid in deze wereld, zoals Jezus in die stad. In Zacheüs kun je dus ‘de zoekende mens’ zien - man of vrouw, jong of oud – die uitkijkt naar zin en betekenis en ervaringen van spiritualiteit en diepgang, maar die, om welke reden dan ook, geen deel uitmaakt van die groep mensen rondom Jezus. En die groep mensen rondom Jezus zou je zo bekeken kunnen vergelijken met de kerk! Ook dat zijn immers mensen die zich ‘rond Jezus bewegen’, mensen die in hun leven op de één of andere manier op Jezus gericht zijn en dicht bij hem willen staan. 

Spiegel
Maar dan houdt het verhaal over Zacheüs juist onszelf als kerk in deze tijd ook wel een spiegel voor! Hoe staan wij eigenlijk tegenover degenen die geen deel uitmaken van ‘onze groep’? Laten zij ons onverschillig? Wekken we misschien ook de indruk dat we eigenlijk vinden dat Jezus alleen bedoeld is voor zogenaamd ‘fatsoenlijke en deugdzame’ mensen zoals wijzelf? Zijn we zo op onszelf en onze plek rond Jezus gericht, dat we ondertussen anderen de rug toekeren? Kan het zijn dat de kerk in deze tijd, door hoe zij zichzelf – veelal onbewust en onopzettelijk – ziet en opstelt, andere zoekers in feite het zicht ontneemt op Jezus, op zijn boodschap, zijn verpersoonlijking van God als eeuwige liefdevolle aanwezigheid voor ieder mens en heel deze aarde?
Oftewel: jagen we als kerk zoekers ‘de boom in’?
En als iemand buiten de eigen groep zich net als Zacheüs desondanks toch op een of andere manier van Godswege aangesproken weet – lijkt de kerk dan niet vaak eerder geneigd om dat af te keuren en daarover te mopperen? De spiegel die het verhaal ons dan voorhoudt is: kunnen we zó geloven en kerk zijn dat we gericht zijn op het geheim van Jezus, van God - zonder dat we daarbij anderen ongemerkt de rug toekeren, buitensluiten en zelfs het zicht ontnemen? Kunnen we een beetje meer lijken op Jezus zelf, die veel verder kijkt dan die vaste ‘groep’ rondom hem, en oog heeft voor ieder mens afzonderlijk en die bij name wil noemen en aanwezig wil zijn in diens leven – ongeacht achtergrond, gedrag, verleden, reputatie etc…? Dus als kerk, als groep, op geen enkele manier onverschillig en buitensluitend zijn naar anderen, maar hartelijk, verwelkomend en – letterlijk – aansprekend. Tenslotte is dat wat Jezus nu juist nooit tegen iemand zegt of uitstraalt: ‘je kunt de boom in!’…

                                                                                                          Ds. Jelbert Versteeg

Eerdere meditaties uit Klankbord

Oktober 2018 Puppy-cursus met Paulus

Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.
(Fillipenzen 4:8)

Wij hebben sinds een paar weken een puppy. Een hoogblonde Golden Retriever en ze heet Sira. Een lief en prachtig beestje. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar een puppy moet je natuurlijk wel opvoeden. Beter gezegd, die moet je trainen, want eigenlijk gaat het puur om het aanleren van gedrag. (Terwijl opvoeden iets anders is, dat doe je met kinderen, die je bepaalde normen en waarden en een wereldbeeld wil bijbrengen, zo dat ze zich die innerlijk eigen maken en daarvanuit leren om eigen keuzes te maken in het leven.)  


September 2018  God in Zwitserland

Bent u in de vakantieweken God nog ergens tegen gekomen? Wij waren in Zwitserland. En ja, God was er ook.

Hoe dan?
In het imponerende natuurschoon van beken en meren, bomen en bloemen bijvoorbeeld. (Véél bloemen, en vooral ook zoveel verschillende). 
En in de grootsheid van gebergte waartegenover je eigen kleinheid des te sterker ervaart (en waarvandaan je met afstand neerkijkt op de drukke bewoonde wereld van bewegend verkeer en krioelende mensen waardoor alles dan tegelijk heel nietig maar ook vredig oogt).  


Juli / Augustus 2018 Zeg niet

Zeg niet Vader
als jij je niet als kind gedraagt.
Zeg niet Onze
als je opgesloten zit in je egoïsme.
Zeg niet Die in de hemelen zijt
als je alleen maar aan aardse dingen denkt.
Zeg niet Uw naam worde geheiligd
als je alleen maar aan je eigen eer denkt. 


Juni 2018  Het derde geslacht en het vierde
Bij Exodus 20: 5 en 6 (NBV)

De laatste keer dat we in de Grote Kerk de Tien Woorden lazen (die toen in dialect klonken), hebben we deze verzen overgeslagen: ‘Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
Overgeslagen ja, want zijn dit geen Bijbelverzen om je tanden op stuk te bijten? Hoe moeten we dit opvatten? Dat hangt mede af van hoe je Godsbeeld is, en hoe iemand de Bijbel leest. 


Mei 2018  Meander mee

Wandelend langs het water van de beek,
die ingekaderd rechtdoor zijn weg vervolgt,
besef ik dat vele, vele druppels water
samen zijn gevloeid tot deze stroom.
 


April 2018  Tussen Pasen en Pinksteren: hoop die doet leven
Hoop
Diep in onszelf dragen wij de hoop.
Als dat niet het geval is,
is er geen hoop meer.