Begroeting
Als er iets is waar ik regelmatig positieve reacties over terugkrijg, zijn het wel de woorden die ik uitspreek als begroeting bij het begin van de dienst.
Dat in de kerk werkelijk ieder mens in de kerk even welkom is, wie je ook bent, vanwaar ook gekomen, dat we in Gods licht allemaal begroet worden met genade, vrede en al het goede – dat is iets wat mensen mooi en belangrijk vinden. En meer dan dat: het raakt iets.
Vroeger, als jeugdige kerkganger, heb ik ‘Votum en Groet’ vooral beleefd als een soort ‘liturgische plichtpleging’, iets wat nu eenmaal aan het begin van de dienst kennelijk hoort.
Maar hoe langer ik dominee ben, hoe meer juist dat moment aan het begin voor mij heel belangrijk is geworden.
Het is in mijn beleving wezenlijk voor wat de kerk is: het drukt uit dat het allemaal niet begint bij ons mensen en wat wij doen, maar bij God.
Zoals in 1 Johannes 4 gezegd wordt: ‘Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad’. Het begint bij en met de liefde van God voor mensen.
Alle mensen. Onvoorwaardelijk. Dat komt eerst, altijd weer. En dat als begroeting expliciet uitspreken zet daarmee de toon voor de hele kerkdienst.
Mooi maar ook moeilijk
In Gods licht is ieder mens welkom – en daarom is in de kerk dus ook ieder mens welkom. Dat begint bij de liefde van God, ja. Maar vervolgens is dat ook een opdracht aan onszelf. En hoe mooi het ons ook in de oren klinkt – om ook zelf op die manier naar alle anderen te kijken die in de kerk komen, dat is nog niet zo makkelijk! Want de één vind je misschien niet zo aardig. Met een ander heb je een keer gedoe gehad. Van weer iemand anders weet je misschien dat die opvattingen heeft die je vreselijk vindt. Je hebt gewoon ‘geen klik’ met iemand. Of er komt een vreemde binnen van wie je niet goed weet wat je ervan moet denken…Kunnen we dan ook zelf beamen dat dan tóch iedereen even welkom is? Dat is de uitdaging. En let wel, echt ‘welkom’ gaat verder dan een ander zuinigjes ‘tolereren’… In feite is het een oefening om elkaar ook werkelijk in Gods licht te bezien, zodat we niet als vanzelfsprekend onze eigen voorkeuren voorrang geven, maar daadwerkelijk gaan erkennen dat de ander net zo welkom is als wijzelf.
Nog een stapje verder
En terwijl dát al moeilijk is, gaat het daarna eigenlijk nog een stapje verder. Want dat oefenen doen we niet alleen maar in en met het oog op de kerk omdat we daar ‘in Gods licht’ allemaal welkom zijn. Hetzelfde geldt ook buiten de kerk! God ‘laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen’ ? (Matteüs 5,45). Ook buiten de kerk laat God zijn licht schijnen over alle mensen.
Kunnen wij dan ook zo naar ieder medemens leren kijken? Een ander is ook welkom in deze wereld. Welkom in mijn straat. In mijn buurt. In mijn dorp. In mijn land. In deze wereld. En nee, dat is dan heus niet het laatste wat er over allerlei onderwerpen nog te zeggen valt. Maar het komt wel voorop. We leven immers allemaal in hetzelfde Licht?
De toon
Zoals de begroeting aan het begin van de dienst de toon zet voor de hele dienst, zo mag deze gedachte misschien de toon zetten voor dit hele nieuwe jaar? Zoals God zijn zon laat opgaan over goede en slechte mensen, zo laat hij immers ook een nieuw jaar aanbreken voor alle mensen. Laten wij dan oprecht oefenen om onszelf en ieder ander dit jaar telkens opnieuw weer te bezien in het licht van God:
Welkom in 2026!
Ds. Jelbert Versteeg