Taal die verbindt – op weg naar Pasen

Als we om ons heen kijken in de wereld, is het een wrange Veertigdagentijd.
Als ik dit schrijf zijn ruim een week eerder de Verenigde Staten en Israël met aanvallen op Iran begonnen.
Inmiddels zijn meerdere andere landen ook bestookt, sommige door Israël, andere door Iran.
De media kunnen niet meer om het woord oorlog heen.
Waar loopt dit op uit? De kans lijkt groot dat de Veertigdagentijd eerder voorbij zal zijn dan die oorlog…

Maar er is ook nog een andere bijzonderheid van deze Veertigdagentijd. Namelijk, dat die dit jaar een heel stuk gelijk oploopt met de ramadan van moslims, en dat is zeldzaam. Een gedeelde vastentijd dus dit jaar, zou je kunnen zeggen. (Al eindigt de ramadan eerder, zo ongeveer precies als dit Klankbord verschijnt.) Maar het idee alleen al kan hopelijk voor verbinding zorgen, al is het maar een beetje. Als een tegenwicht tegen alle oorlog en geweld. Dat is toch waar deze wereld enorme behoefte aan heeft?…

Tegen die achtergrond vind ik het een mooi idee om iets te delen van de dichter Hafez. Die heb ik pas sinds kort leren kennen, maar hij is een heel beroemde 14e eeuwse mystieke Soefi-dichter uit Perzië. Door velen in het Iran van nu, het vroegere Perzië, worden de gedichten van Hafez tot de meest geliefde van de Perzische cultuur gerekend. Al verwacht ik niet dat dit ook voor het ayatollah-bewind geldt, want Hafez had een vrij onorthodoxe leefwijze en schreef gedichten die de perken van orthodoxe islam te buiten gingen. Maar hoewel de poëzie van Hafez wel duidelijk beïnvloed is door zijn islamitische geloof, wordt hij alom gerespecteerd door lezers met een andere godsdienstige achtergrond, zoals hindoes en christenen. Zo dichtte Hafez zelf al:
Ik heb zoveel geleerd van God
dat ik mezelf niet langer meer beschouw als
een Christen, een Hindoe, een Moslim
een Boeddhist of een Jood.
De Waarheid heeft zoveel van zichzelf
gul met mij gedeeld
dat ik mezelf niet langer meer beschouw als
een man, een vrouw, een engel,
of zelfs puur een ziel.
De Liefde is zo hecht met Hafez bevriend geraakt
dat zij tot as is vergaan en mij heeft bevrijd
van ieder concept en beeld
dat mijn verstand ooit heeft gekend.

Hopelijk geven enkele gedichten van Hafez zo een beetje verbinding, met de mensen in Iran bijvoorbeeld, maar in feite met alle mensen. Daarom nog drie mooie gedichten. Eén over een feest, dat mij wel doet denken aan gelijkenissen die Jezus vertelt over iemand die een groot feestmaal wil geven en tal van gasten uitnodigt (zie bv. Lucas 14). Dan is er een gedicht over de zon en de aarde, waarin voor mij iets van het karakter van Gods liefde naar voren komt. En tot slot een eenvoudig gedicht over het idee van ‘de dood’. Die leek me toch ook erbij horen, want daarin zou je ook zomaar een verwijzing naar Pasen kunnen lezen. En dat is tenslotte waar onze Veertigdagentijd in elk geval eindigt: bij Pasen!

 Als God je
voor een feest zou uitnodigen
en zei
“Iedereen in de danszaal vanavond
zal mijn eregast zijn”.
Hoe zou je hen dan behandelen
als je daar aankwam?
Precies, precies!
En Hafez weet
dat er niemand in de wereld is
die zich niet bevindt
op zijn kristallen dansvloer.

Zelfs na al deze tijd
zegt de zon nooit tegen de aarde
‘je staat bij mij in de schuld’.
Zie wat gebeurt
dankzij zulke liefde:
het verlicht de
gehele hemel.
Hoe fascinerend het idee
van de dood kan zijn.
Jammer, echter.
Want het is simpelweg
niet waar.

Ds. Jelbert Versteeg
(Ik heb deze gedichten vertaald uit het Engels, op basis van ‘The Gift. Poems by Hafiz the great Sufi Master’ van Daniel Landinsky, en een beetje hulp van Wikipedia)