Veertigdagentijd: bidden als weg naar Pasen
Bij Mattheüs 6: 5-13 (NBV21)
[5] En wanneer jullie bidden, doe dan niet als de huichelaars die graag in de synagoge en op elke straathoek staan te bidden, zodat iedereen hen ziet.
Ik verzeker jullie: zij hebben hun loon al ontvangen.
[6] Maar als jullie bidden, trek je dan terug in je huis, sluit de deur en bid tot je Vader, die in het verborgene is.
En jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.
[7]Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.
[8] Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het Hem vragen.
[9] Bid daarom als volgt:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
[10] laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
[11] Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
[12] Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven
wie ons iets schuldig is.
[13] En breng ons niet in beproeving,
maar red ons van het kwaad.
[Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit,
in eeuwigheid. Amen.]
De veertigdagentijd gaat bijna weer beginnen. Een tijd waarin mensen zoeken naar inkeer, bezinning.
Een tijd om opnieuw na te denken over de zin van het leven, over God, over jezelf.
Het is niet altijd makkelijk daar voor jezelf een vorm voor te vinden.
In de Veertigdagentijd helpt het velen dan om zich daarbij te bepalen met een variant van vasten:
soberheid betrachten met betrekking tot alcohol of snoepen bijvoorbeeld, of het beperken of zelfs helemaal afzien van iets als televisie kijken of het gebruik van social media.
Om op die manier ruimte te creëren voor iets anders: ruimte voor onszelf, voor God, voor de ander.
Maar die onwennige ruimte kan aanvankelijk aanvoelen als een leegte, misschien zelfs wel een beangstigende leegte.
Hoe kunnen wij daarin dan iets vinden van God?
In Mattheüs 6:5-13 spreekt Jezus over bidden. Voor veel mensen is bidden één van de meest wezenlijke dingen van het geloof.
Mensen bidden bij het eten, voor het slapengaan, in grote blijdschap en dankbaarheid, maar ook in grote zorgen en diep verdriet.
Maar wat is bidden dan eigenlijk? Waartoe bidden we? Wat verwachten we? We weten immers ook allemaal dat, hoe hard we ook bidden,
dingen soms toch heel anders lopen dan we zo vurig hadden gewenst.
Heel persoonlijk
In bovenstaande Bijbeltekst kunnen we van Jezus veel over bidden leren.
In de eerste plaats dat Jezus het hier heeft over een vorm van bidden die heel persoonlijk is, iets tussen jezelf en God.
Zelfs zó persoonlijk, dat Jezus God daar (niet alleen voor zichzelf!) benoemt als ‘je Vader’.
Bovendien zegt hij daarbij: trek je om te bidden terug in je huis, en sluit de deur.
Dit gaat over hoogstpersoonlijk bidden – waar een ander niets mee te maken heeft.
Zorg dat je je helemaal vrij en veilig en ongestoord weet.
Zo kunnen we dit tegelijk ook zo duiden: in dit persoonlijke bidden trek je terug in je binnenkamer, je eigen innerlijk en sluit je af voor de buitenwereld:
ogen gesloten, in een stille omgeving en een houding van rust. Om je juist zo te kunnen openen voor God.
Belangrijk om te beseffen dat juist Jezus daarbij ook benoemt dat God niet zomaar aanwijsbaar is, zichtbaar.
God is ‘in het verborgene’. Maar via de weg van je binnenkamer, je innerlijk, je hart en ziel kun je bij God komen, met Hem spreken en verbonden zijn.
Dát is bidden.
Nodig?
Daarbij is er een misvatting waarvoor Jezus ons wil behoeden: dat in gebed een omhaal van woorden nodig zou zijn.
Het gaat niet om vele of mooie woorden, maar om wat leeft in ons hart. Dat mogen we in alle eenvoud en eerlijkheid aan God toevertrouwen.
De psalmen zijn daarvan een goed voorbeeld; er wordt geklaagd, geschreeuwd, geroepen, vanuit de diepte van de menselijke ziel.
Alles mogen we voor God neerleggen.
En als we zelf geen woorden hebben, kunnen we altijd terugvallen op die woorden die Jezus ons aanreikt met het ‘Onze Vader’.
Maar is de zin die dan volgt niet uiterst vreemd: ‘Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen’?
Als God toch al weet wat wij nodig hebben, waarom zouden we dan nog bidden? Wat is er dan nog de zin van?
Toch begint hier juist het antwoord op die vraag: hoe we, als we daarvoor de ruimte creëren, niet alleen maar leegte vinden, maar daadwerkelijk iets van God?
Ja, dan gaat het om bidden. Maar het gebed is er in die zin dan niet zozeer voor God, maar voor onszelf! De richting wordt als het ware omgekeerd.
Dan gaat het minder om wat wijzelf zeggen als we bidden, dan om hoe wij zelf de stem van God kunnen horen spreken in ons leven.
En dat is heel wezenlijk. Want wij weten zelf helemaal niet goed wat we nodig hebben, al denken we vaak van wel.
In hoeverre kunnen we onszelf eigenlijk kennen? Veel in onszelf blijft verborgen.
Wat wij wérkelijk nodig hebben, dat is iets dat alleen God weet, ‘jullie Vader, die in het verborgene ziet’.
Het bidden wat ik zie bij Jezus, en wat hij ons wil leren, is een manier om onszelf te openen voor God, om zo te kunnen ontdekken wat wij nodig hebben.
God kent ons immers beter en dieper dan wij onszelf kennen.
Praktijk
Dat is bij Jezus geen les uit een theorieboekje, maar uit de praktijk.
Om mens te kunnen zijn op de manier die hij liet zien, leidde Jezus bij uitstek een biddend leven.
Steeds weer zocht hij de stilte op om zicht te verbinden met God, zijn Vader, zijn Bron.
Om al biddend te zoeken wat God van hem vroeg. En om de kracht daarvoor te ontvangen.
Zo, door te blijven bidden – nog in de Hof van Gethsemane en zelfs hangend aan het kruis – kon Jezus de gehele weg gaan, die hij moest gaan.
Ten einde toe.
Daarom is bidden ook bedoeld als praktijk: bidden is geen vroom voorschrift om plichtmatig op te volgen,
maar een wezenlijke, telkens weer herhaalde persoonlijke oefening in verbinding.
Niets minder dan noodzakelijk om in deze wereld werkelijk mens te kunnen zijn en blijven.
Om telkens weer terug te keren bij onze Bron. Om uit te vinden wat we werkelijk nodig hebben.
Om in het contact met God weer op het goede spoor te komen voor ons leven.
En om zo telkens verder te kunnen groeien in de richting zoals God je wijst en jou ziet.
Daar is de Veertigdagentijd nu bij uitstek een oefentijd voor: bidden als weg naar Pasen toe.
Ds. Jelbert Versteeg