Kerstconcert zondag 17 september

Kerstconcert zondag 17 september

Voor meer informatie zie: Kerstconcert Huygens Vocaal Ensemble  lees meer:

28 oktober inzamelen pleinmarkt

28 oktober inzamelen pleinmarkt

Jaarlijks, op de zaterdag voor Pinksteren, wordt er rond de kerk de Pleinmarkt gehouden.    Het hele jaar door verzamelt de Pleinmarkt Commissie allerhande goederen, die op de Pleinmarktdag lees meer:

Concert > Op weg naar Bethlehem

Concert > Op weg naar Bethlehem

Het Gelders Oratoriumkoor onder leiding van Ilia Belianko geeft op 19 december in de Grote Kerk Epe het kerstconcert “Op weg naar Bethlehem “ Dit concert begint met het Magnificat in Bes van componist lees meer:

  • Kerstconcert zondag 17 september

    Kerstconcert zondag 17 september

    Voor meer informatie zie: Kerstconcert Huygens Vocaal Ensemble

  • 28 oktober inzamelen pleinmarkt

    28 oktober inzamelen pleinmarkt

    Jaarlijks, op de zaterdag voor Pinksteren, wordt er rond de kerk de Pleinmarkt gehouden.    Het hele jaar door verzamelt de Pleinmarkt Commissie allerhande goederen, die op de...

  • Concert > Op weg naar Bethlehem

    Concert > Op weg naar Bethlehem

    Het Gelders Oratoriumkoor onder leiding van Ilia Belianko geeft op 19 december in de Grote Kerk Epe het kerstconcert “Op weg naar Bethlehem “ Dit concert begint met het Magnificat in Bes van...

Bij Johannes 1:5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

Advent: uitkijken naar de komst van het licht
De periode van Advent en Kerst wordt bepaald door donker en licht. Net als heel het leven zelf dus eigenlijk. Want ook daarin is er altijd de wisselwerking van donker en licht: niet alleen van dagen die volgen op nachten, maar ook in afwisseling van soms vrolijke en dan weer moeilijke omstandigheden. Daarnaast kun je ook nog eens denken aan ieders eigen binnenwereld van gedachten en gemoedstoestanden: welk mens kent ook daarin niet het verschil tussen licht en donker?

Zou het daarom zijn dat Kerst niet alleen in de kerk, maar in heel onze maatschappij altijd een belangrijk feest is? Omdat licht en donker grootheden zijn die ieder mens kent, en die zelden zo bijna tastbaar zijn als midden-in-de-winter-nacht? Het lijkt wel alsof zowel het licht als het donker de kracht en invloed die ze beiden hebben des te sterker laat voelen in deze periode toelevend naar Kerst. Treffend hoe mensen dan juist nu het licht een handje willen helpen, of dat nu is door het aansteken van een klein kaarsje in huis, of door uitbundige kerstverlichting aan de gevel of in de tuin. Licht moet er zijn!

Maar tegelijk brengt deze periode mee dat ook het donker van de Kersttijd vaak extra indringend ervaren wordt. Voor wie zich toch al eenzaam voelde, lijkt alle gezelligheid en warmte bij anderen de eigen gevoelde kilte alleen maar te vergroten. Voor wie letterlijk of figuurlijk ver van huis is, blijft alle huiselijke gezelligheid buiten bereik. En voor wie een dierbaar iemand moest verliezen, laat juist nu het verdriet en gemis zich vaak nog des te sterker voelen. Zo kan die ogenschijnlijk onverwoestbare feestelijke en gezellige kerstsfeer toch zomaar overschaduwd worden. Dan kan Kerst extra donker zijn in plaats van licht…

Voor wie zich daarin herkent: wat wens ik je dan toe dat je toch juist iets van de kracht van het Licht zult beleven. Dat Kerst inderdaad een nieuw begin mag betekenen, de inbreuk van licht op al wat donker is, een ommekeer naar een lichtere toekomst. Dat er ondanks alles weer wat licht in jouw wereld komt dat, hoe klein en kwetsbaar het misschien nog maar geboren wordt, het in zich heeft om uit te groeien tot blijvende bron van licht in je leven. Zodat het waar zal blijken te zijn: het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

Trouwens, niet alleen door het kerstverhaal, maar al vanaf het allereerste begin wordt ons in de Bijbel zo Gods bedoeling voorgesteld. Al vanaf het scheppingsverhaal gaat het erom dat licht doorbreekt in het duister. Licht moet er zijn, licht waarin nieuw leven mogelijk wordt. Zo kunnen we in elk licht, letterlijk of spreekwoordelijk, de kracht van de Eeuwige herkennen, die nooit uitdooft maar altijd zal blijven schijnen. Over elk mens. Voor elk mens. In elk mens. Daarom, al kunnen je ogen praktisch helemaal gewend zijn geraakt aan het donker – geef niet op, en laat dit de oefening en boodschap zijn van Advent: blijf uitkijken naar het licht. Het komt.

                                                                                                          Ds. Jelbert Versteeg
Als ik dan


Als ik dan mijn ogen dichtdoe
en mijn laatste adem blaas
- zal er dan iets zijn waarin ik
gelukzalig mij verbaas?

Als mijn levenslicht dan uitdooft
en mijn lichaam geeft de geest
- zal uw licht dan mij ontvangen,
toevertrouwd en onbevreesd?

Als ik wankel van de vragen
en ik tast naar vaste grond
- zal er ooit een diepste laag zijn
waar ik weet dat U mij vond?

Als ik nu dan zó mocht leven:
Onvertwijfeld, onversaagd
zal ik mij gewonnen geven
aan de hoop dat U mij draagt.


                                                                                  Ds. Jelbert Versteeg

De boom in?
Als je tegen iemand zegt ‘je kunt de boom in’, dan is dat over het algemeen niet aardig bedoeld. Het laat aan duidelijkheid niets te wensen over: die ander kan je op dat moment even niets schelen. Misschien – en moet ik zeggen hopelijk? – is het een uitdrukking die u zelden of nooit gebruikt. Maar toch. Zou het kunnen dat we, onuitgesproken, onbewust en ongewild, een ander toch best weleens die boodschap geven: je kunt de boom in? Aan de hand van het verhaal van Zacheüs wil ik daar even nader op ingaan.

Zacheüs
Wie het verhaal over Zacheüs kent, weet dat hij letterlijk ‘de boom in’ gaat. Want wat is daar aan de hand: Zacheüs is iemand die zich, door zelfverrijking en corruptie, in zijn woonplaats niet populair heeft gemaakt. Nu komt Jezus naar de stad waar Zacheüs woont, en is Zacheüs best nieuwsgierig wie deze Jezus nu eigenlijk is. Hij wil dus een kijkje gaan nemen, maar vanwege alle mensen rondom Jezus en doordat Zacheüs zelf klein van stuk is, ziet hij niets. Daarop verzint Zacheüs een plan B: hij loopt snel een stuk vooruit en klimt in een boom. Vandaar uit kan hij Jezus toch zien als hij langs komt. Op dat moment gebeurt iets onverwachts: Jezus ziet Zacheüs in die boom zitten – en noemt hem bij zijn naam. Hij zegt dat Zacheüs snel naar beneden moet komen omdat hij bij hem thuis wil komen. Blijdschap overvalt Zacheüs, maar ‘de mensen’ spreken er schande van: wat moet Jezus nu uitgerekend bij die Zacheüs die door iedereen wordt uitgekotst? Toch voelt Zacheüs zich door Jezus zodanig aangesproken dat hij voortaan anders wil: hij zal de helft van zijn bezit wegschenken aan de armen en wat hij oneerlijk heeft verkregen, zal hij viervoudig vergoeden. Jezus noemt deze verandering niets minder dan redding, redding die Zacheüs ten deel is gevallen omdat ook hij een ‘zoon van Abraham’ is. En Jezus, ‘de Mensenzoon’, is juist gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was. 
(zie Lucas 19:1-10)

De mensen
Nu kun je in het verhaal over Zacheüs van alles lezen. Mijn aandacht wordt dit keer getrokken naar de rol van ‘de mensen’ zoals die zich in dit verhaal rondom Jezus bewegen. Dit zijn de mensen die dicht bij Jezus (willen) staan en enthousiast zijn over zijn aanwezigheid. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee. Maar tegelijk keren ze met hun houding een outsider als Zacheüs de rug toe. Ontnemen ze, als groep, iemand van buiten die groep het zicht om te ontdekken wie Jezus is. Het lijkt wel of ze vinden dat het vanzelfsprekend is dat zij dichtbij Jezus zijn, en doen daarbij geen enkele moeite om rekening te houden met iemand als Zacheüs. En hoewel het niet met woorden wordt gezegd, blijkt het wel uit hun houding en loopt het daar ook letterlijk op uit: Zacheüs kan de boom in! Ach, iemand als Zacheüs hoort er toch ook duidelijk niet bij? Maar als vervolgens blijkt dat Jezus ook iemand als Zacheüs wel degelijk kent en wil aanspreken, iemand die toch lang niet zo fatsoenlijk en deugdzaam is als zijzelf, dat hij zelfs bij hem thuis wil komen – dan zijn de mensen verbaasd, verongelijkt, en beginnen ze te mopperen.

Deze tijd
Veel mensen in onze tijd zou je kunnen betitelen als ‘Zacheüssen’ die best wel nieuwsgierig zijn naar Jezus, mensen die als het ware dichter bij het Mysterie willen komen, die verlangen om een glimp op te vangen van een Goddelijke aanwezigheid in deze wereld, zoals Jezus in die stad. In Zacheüs kun je dus ‘de zoekende mens’ zien - man of vrouw, jong of oud – die uitkijkt naar zin en betekenis en ervaringen van spiritualiteit en diepgang, maar die, om welke reden dan ook, geen deel uitmaakt van die groep mensen rondom Jezus. En die groep mensen rondom Jezus zou je zo bekeken kunnen vergelijken met de kerk! Ook dat zijn immers mensen die zich ‘rond Jezus bewegen’, mensen die in hun leven op de één of andere manier op Jezus gericht zijn en dicht bij hem willen staan. 

Spiegel
Maar dan houdt het verhaal over Zacheüs juist onszelf als kerk in deze tijd ook wel een spiegel voor! Hoe staan wij eigenlijk tegenover degenen die geen deel uitmaken van ‘onze groep’? Laten zij ons onverschillig? Wekken we misschien ook de indruk dat we eigenlijk vinden dat Jezus alleen bedoeld is voor zogenaamd ‘fatsoenlijke en deugdzame’ mensen zoals wijzelf? Zijn we zo op onszelf en onze plek rond Jezus gericht, dat we ondertussen anderen de rug toekeren? Kan het zijn dat de kerk in deze tijd, door hoe zij zichzelf – veelal onbewust en onopzettelijk – ziet en opstelt, andere zoekers in feite het zicht ontneemt op Jezus, op zijn boodschap, zijn verpersoonlijking van God als eeuwige liefdevolle aanwezigheid voor ieder mens en heel deze aarde?
Oftewel: jagen we als kerk zoekers ‘de boom in’?
En als iemand buiten de eigen groep zich net als Zacheüs desondanks toch op een of andere manier van Godswege aangesproken weet – lijkt de kerk dan niet vaak eerder geneigd om dat af te keuren en daarover te mopperen? De spiegel die het verhaal ons dan voorhoudt is: kunnen we zó geloven en kerk zijn dat we gericht zijn op het geheim van Jezus, van God - zonder dat we daarbij anderen ongemerkt de rug toekeren, buitensluiten en zelfs het zicht ontnemen? Kunnen we een beetje meer lijken op Jezus zelf, die veel verder kijkt dan die vaste ‘groep’ rondom hem, en oog heeft voor ieder mens afzonderlijk en die bij name wil noemen en aanwezig wil zijn in diens leven – ongeacht achtergrond, gedrag, verleden, reputatie etc…? Dus als kerk, als groep, op geen enkele manier onverschillig en buitensluitend zijn naar anderen, maar hartelijk, verwelkomend en – letterlijk – aansprekend. Tenslotte is dat wat Jezus nu juist nooit tegen iemand zegt of uitstraalt: ‘je kunt de boom in!’…

                                                                                                          Ds. Jelbert Versteeg
Over de drempel
Er zijn vermoedelijk meer mensen dan we gewoonlijk denken, die niet of nooit naar de kerk gaan, maar eigenlijk best nieuwsgierig zijn, open staan, interesse of zelfs een zeker verlangen hebben om eens een kerkdienst mee te maken. Maar als je geen enkele link hebt met een kerk, hoe kom je dan zover? 
Hoe open, gastvrij en verwelkomend we als gemeente zelf ook dénken dat we zijn (‘bij ons is immers iedereen welkom!’) - voor wie niet bekend is met de kerk, is de stap om een keer naar de kerk te gaan, toch een behoorlijk grote. Zo ben ik een keer opgebeld door iemand, die vroeg of hij een keer naar de kerk kon komen – of dat gewoon zomaar kon of dat je je eerst moest melden of iets dergelijks. Uiteraard heb ik geantwoord dat iedere zondag de kerk open is voor iedereen, dat hij hartelijk welkom was en aanmelding of iets dergelijks helemaal niet nodig is. Naderhand was ik toch lichtelijk verbaasd: kennelijk is het helemaal niet voor iedereen zomaar duidelijk dat de kerk voor iedereen open is. Kennelijk kleeft aan de kerk toch de indruk van een soort besloten groep, waar je vast niet zomaar bij kunt horen. 
Als we willen dat mensen gemakkelijker eens over de drempel van de kerk komen, denk ik dat we als kerkleden daar met elkaar iets aan zullen moeten doen. Ja, we zijn een gastvrije, open kerk, waar werkelijk iedereen welkom is – maar dragen en stralen we dat ook daadwerkelijk uit? Laten we dat weten en merken aan anderen, of is dat iets wat we in de praktijk vooral onder onszelf houden? Vandaar dat we als Grote Kerk meedoen aan het initiatief ‘Kerkproeverij’, waarbij het juist aan regelmatige kerkgangers is om daadwerkelijk eens iemand die gewoonlijk nooit naar de kerk gaat, uit te nodigen om mee te gaan. Zo kunnen we anderen over de drempel van de kerk helpen. 

Zelf ook over de drempel
Natuurlijk hopen we dat we anderen daarmee een dienst bewijzen, doordat zij iets van de/onze kerk kunnen ontdekken als plek van liefdevol geloof, spiritualiteit en verbondenheid. Maar het gaat hierbij niet alleen om die ander. We komen met deze uitdaging eigenlijk ook zelf in het geding. Want we zullen zelf ook een drempel over moeten: de drempel om iemand mee te vragen naar de kerk! Dat zijn we immers helemaal niet gewend en ik heb het sterke vermoeden dat het idee om juist tegen iemand die je goed kent (een vriend, een familielid of een goede bekende) te beginnen over de kerk, voor de meesten van ons toch een zeker gevoel van ongemak en schroom oproept. Er kunnen gemakkelijk gedachten opkomen, die in de weg staan om iemand mee te vragen. Bijvoorbeeld:
“Ik wil niet opdringerig zijn. Als ik over de kerk begin, beschadigt dat misschien de relatie die ik met diegene heb.”
“Ik weet eigenlijk niet of ik zelf altijd wel zoveel heb aan de kerkdienst – ik vraag iemand niet mee, want het valt diegene vast tegen.”
“Als ik iemand uitnodig, dan vraagt hij of zij mij misschien wel iets over mijn geloof en ik weet niet goed wat ik dan moet zeggen.”
“Ik wil wel iemand meevragen, maar ik ben bang voor de indruk die we maken als kerk. Ik vraag pas iemand mee als de diensten beter/mooier/eigentijdser zijn”. Of: “pas als er meer jonge mensen in de kerk komen.”
“Ik vraag diegene niet, want ik verwacht toch dat hij of zij ‘nee’ zegt…”

Zo kunnen we allerlei redenen hebben om dat niet te doen: gewoon eens iemand mee te vragen. Maar ik zou zeggen: laten we toch die drempel eens over gaan. Het is een uitnodiging, meer niet. Een uitnodiging is niet opdringerig. Iemand mag ook gewoon nee zeggen tegen een uitnodiging, en dat geeft niets. Maar dan is de uitnodiging toch gedaan en dat is toch waardevol. Ook hoeven we ons niet verantwoordelijk te voelen voor de indruk die diegene zal krijgen van de kerk. Dat is toch aan diegene? En misschien is die indruk toch anders dan je zelf verwachtte? En ja, misschien krijg je een vraag naar je eigen geloof en vind je dat lastig. Dat geeft toch niet? Wees gewoon eerlijk – ook als je het niet precies weet. Bij geloven gaat het, veel meer dan om ‘wat de inhoud van je geloof precies is’, om wat je beleeft en hoe je leeft met en vanuit je geloof, zou ik zeggen. En wie weet helpt het proberen verwoorden wel om je zelf dat bewuster te worden.

Wat voor soort kerk?
Tot slot zou het ook nog wel eens behulpzaam kunnen zijn om iets te vertellen over wat voor soort kerk de Grote Kerk is. Er zijn immers heel verschillende soorten kerken, die heel verschillende associaties op kunnen roepen. (Denk aan verschillen in de opvatting over de bijbel, de rol van de vrouw, de acceptatie van LHBT-ers (lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders) etc.. Zo wordt het (negatieve) beeld dat mensen hebben van ‘de kerk’ nogal eens bepaald door kenmerken die op bijvoorbeeld de Grote Kerk-gemeente misschien wel helemaal niet van toepassing zijn. Dat mogen mensen best weten!
Als het gaat om wat kerk in deze tijd is, vind ik zelf een tekst als onderstaande dat bijvoorbeeld heel mooi uitdrukken. Wie weet spreekt die ook u – en ook anderen – aan!

Met nieuwe woorden
Met nieuwe woorden voor een oud verhaal,
niet met een stem versteend in het verleden,
wel in een taal die twijfelt en die vraagt,
zonder de harde leer van zekerheden,
woorden die klinken als een nieuw signaal:
ruimte waar mensen zich gezegend weten.

Woning waar mensen meer dan welkom zijn,
een pleisterplaats om bij elkaar te komen,
waar elk van waarde is die hier verschijnt,
waar lachen is en tranen mogen stromen
deuren die open staan voor groot en klein,
waar mensen volop nieuwe liefde dromen.

Dank voor een plaats waar elk de ander ziet,
waar vriend en vreemdeling elkaar ontmoeten,
dank voor de adem die de vrijplaats biedt,
dank voor de openheid van niet te moeten,
dank voor de woorden en het nieuwe lied,
dank voor de ogen die elkaar begroeten.
(tekst van Michaël Steehouder, uit de ‘Oecumenische liedbundel’ Zangen van zoeken en zien (Kok, 2015))

                                                                                                          Ds. Jelbert Versteeg



Ga dus op weg!
Zomer. De vakantietijd breekt aan. Dat betekent dat velen de eigen vertrouwde woning verlaten en voor korte of langere tijd op weg gaan: vliegend naar de VS, een bungalow in Brabant, met de caravan naar de Costa, met de camper naar de Kempen, fietsen in Friesland, wandelen in Wales, zeilen in Zeeland, etc.… Velen gaan op weg, op allerlei manieren. Heerlijk toch. We gaan dus op weg. Niet iedereen zal hierbij bedenken dat we dan in feite al voor de helft gehoor geven aan een opdracht van Jezus. Die zegt immers aan het einde van het Matteüs-evangelie letterlijk ‘Ga dus op weg’. Maar dat is dan natuurlijk niet het hele verhaal. Jezus stuurt zijn volgelingen op weg om alle volken tot zijn leerlingen te maken (zie Matteüs 28:19). Het ‘zendingsbevel’ zoals dat in de loop der tijden is gaan heten. ‘Zendingsbevel’ klinkt nogal zwaar en weinig spontaan. Wat Jezus hier zegt, lees ik meer als een dringende, hartstochtelijke oproep. Alsof Jezus zegt: ‘Laat de beweging die ik op gang heb gebracht, niet eindigen nu ik deze aarde zal verlaten! Jullie moeten hiermee verder gaan, mijn boodschap delen met anderen. Met alle volken, met de hele wereld! ’Grote kans dat u ondertussen denkt: Maar hoho, wacht eens even! Welke kant gaat dit op? Ik voel hem al aankomen. Worden we nu opeens als zendelingen op vakantie gestuurd? Moeten we op vakantie zieltjes gaan winnen, mensen bekeren, het christelijk geloof verspreiden? Nou, dat is me toch wel wat te veel gevraagd! Daar hebben we geen behoefte aan, en zeker niet op vakantie. Bovendien: niet voor niets was dit toch nooit iets voor ‘gewone’ mensen, maar juist voor bevlogen gelovigen die zich tot zending of missie geroepen wisten? En nog iets anders: is die tijd van zendingsdrang binnen onze kerken sowieso niet al voorbij? En had die zending ook niet te maken met Westerse witte superioriteitsgevoelens? Daarom: Leven en laten leven, geloven en laten geloven, nietwaar?

Van de andere kant
Goed. Ik begrijp uw bezwaren. Dus vooruit, wees gerust: ik probeer u niet over te halen om zendeling te worden en u gaat gewoon welverdiend lekker op vakantie zonder hinderlijke opdrachten. (Al hoeft u natuurlijk uw geloof niet thuis te laten. Vakantie kan een mooie gelegenheid zijn om gesprekken te voeren die dieper gaan dan het oppervlakkige. Of een mogelijkheid om eens in een ander land naar de kerk te gaan – kan heel verrijkend zijn.)
Maar laten we het eens even van een andere kant bekijken. Zonder zending als een ‘bevel’ op te vatten, is het natuurlijk nooit de bedoeling geweest om de schat van geloven (bijvoorbeeld: het kennen van de God die liefde is, het volgen van de weg van Jezus) voor jezelf te houden, maar om die te delen met andere mensen. Uiteindelijk alle mensen, alle volken - ‘tot aan de uiteinden van de aarde’ zoals het bijvoorbeeld in het boek Handelingen zo mooi uitgedrukt wordt. Waarom eigenlijk? Ik zou zeggen: omdat het elk mens gegund is om leerling te worden tot een eerlijke, gezonde, vervullende en inspirerende manier van leven. Het leven volgens Jezus’ ‘model’ van het Koninkrijk van God. En hoe meer mensen op zo’n manier leerling zijn, hoe dichter dan dat droombeeld in zicht kan komen: deze hele aarde onderling verbonden tot een Koninklijke samenleving waarin bovenal de macht van de liefde heerst. De kerk is dan de plek waar we zelf leerling zijn om elke keer weer tot dit leven opgewekt en geïnspireerd worden. Dus niemand volleerd met de waarheid in pacht, maar allemaal gelijkwaardig, als leerlingen. Leerlingen die fouten maken, struikelen, vallen en weer opstaan. Een plek waar daarom ruimte is voor beleving: van vreugde en verdriet, van stilte en muziek, van meditatie en gebed, ja van het heilige, de aanwezigheid van de Eeuwige. 

Ga op weg – dicht bij huis. 
En laten wij nou met de Grote Kerk daarvoor ook nog eens een prachtige plek hebben! Een eeuwenoude kerk met een eigentijdse, gastvrije, ruimdenkende gemeenschap van leerlingen. Een plek waar ieder mens welkom is, wie het ook is. Eigenlijk heel bijzonder en van grote waarde! Iets om niet alleen voor onszelf te houden maar ook anderen te gunnen. Alleen, hoe gastvrij je als kerk ook kunt zijn, en wat voor waardevols je ook te bieden hebt – de meeste niet-kerkelijke mensen blijken niet zomaar spontaan ‘uit het niets’ een keer te besluiten naar de kerk te komen. Wat helpt is uitnodigen. Gericht iemand die je goed kent een keer vragen om mee te gaan naar de kerk. Gewoon, om vrijblijvend een keer te kijken hoe dat is, te proeven van wat daar gebeurt. Niet om ‘zieltjes te winnen’, maar omdat je iets wilt delen van wat je zelf waardevol vindt. Daarom hebben we besloten om als Grote Kerk mee te doen aan de landelijke campagne ‘Kerkproeverij’ – die daar dus op gericht is: dat gemeenteleden eens gericht iemand uitnodigen om mee te gaan naar de kerk. Dat mag natuurlijk altijd, maar onze Startzondag op 10 september zal dan speciaal in het teken hiervan staan. U hoort er na de zomer meer over, maar dan weet u het vast. En nu kunt u er alvast over na denken, wie jij of u wel een keer mee zou willen vragen naar een kerkdienst in de Grote Kerk. Dus ga op weg! Misschien eerst op vakantie – dan wens ik u een mooie tijd. Maar ga dan straks ná de vakantie opnieuw op weg, maar dan dicht bij huis: naar diegene die u weleens zou kunnen uitnodigen om mee te gaan naar de kerk! 
Een goede zomer toegewenst.

                                                                                                                                     Ds. Jelbert Versteeg



Amazing Grace. ‘Verbinding’ op Youtube (met dank aan ene ‘King Wabbajack’)
Als ik op de computer zit te werken, luister ik ondertussen dikwijls naar muziek via YouTube op internet. Heel divers: christelijke en niet-christelijke muziek (voor wie dat onderscheid wil maken), opwekkend of juist rustig, van pop- tot orgelmuziek. Van alles. Uiteraard kun je zelf kiezen wat je luistert, maar ik vind het af en toe ook wel aardig om YouTube zelf de nummers te laten kiezen die volgen. Zodoende kwam een tijdje terug een keer een uitvoering van het bekende lied ‘Amazing Grace’[i] voorbij. Toevallig viel hierbij mijn oog op de reacties die mensen eronder hadden geplaatst; de meeste kort, in de trant van ‘mooie muziek’, ‘prachtige uitvoering’ of ‘dit lied betekent heel veel voor me’. 
Voor wie dat niet kent: nu is het zo, dat andere mensen ook weer hun waardering (of juist niet) voor zo’n reactie kunnen laten blijken, door daarbij op ‘duim omhoog’ te klikken (of duim omlaag). De meeste reacties bij dit lied hadden dan zo ongeveer een handvol of tiental duimen omhoog. 
Sommige opmerkingen sprongen daar bovenuit. Er was bijvoorbeeld ook iemand die schreef ‘I almost killed myself today... through god i persevered’ (Ik had bijna mezelf gedood vandaag…door God heb ik volgehouden). Dat is nogal wat! Niet verwonderlijk dat deze opmerking dan ook al 99 duimen omhoog had (en laten we hopen dat dit diegene steun geeft om de weg omhoog weer te vinden…)
Maar wat viel mij nou nog het meest op: er was ook een reactie met inmiddels meer dan 1300 duimen omhoog! Dat was een reactie van iemand onder het pseudoniem ‘King Wabbajack’ die een jaar geleden dít had gepost: ‘I am a Muslim and I love the amazing music such as amazing grace. We may have different faiths but we have the same hearts. And as long as we love we are one of the same. Peace be upon you all.’ (Oftewel: ‘Ik ben een moslim en ik hou van de geweldige muziek zoals amazing grace. We mogen verschillende geloven hebben maar we hebben dezelfde harten. En zolang we liefhebben zijn we precies hetzelfde. Vrede voor jullie allemaal.’)
Inderdaad prachtig wat deze ‘King Wabbajack’ schrijft. En gezien de vele duimen omhoog spreekt juist zoiets kennelijk veel mensen heel erg aan! Waar zit dat hem in? Ik denk in de positieve verbinding die gemaakt wordt, juist door iemand die zegt moslim te zijn en daarmee behoorlijk te verschillen van de meeste anderen daar. Maar die laat merken dat voor hem zulke verschillen toch kleiner zijn dan de overeenkomsten, en waardering voor anderen niet in de weg hoeft te staan. Juist dat zorgt voor verbinding. Een verademing! (Te meer omdat je onder christelijke liederen ook wel heel ander soort reacties kunt vinden: afstotende, opdringerige en betweterige, waarin mensen geloof of juist ongeloof belachelijk maken en alleen van eigen waarheid en gelijk uitgaan. En ja, helaas ook in reactie op deze King Wabbajack…)
Maar wat zie ik in die 1300 duimen omhoog? Dat velen zich juist door zulke verbinding op een positieve manier aangesproken voelen. Op de een of andere manier raakt dit volgens mij aan waar het op aankomt: dat we elkaar niet beoordelen (en bv. uitsluiten) op grond van verschillen, maar elkaar tegemoet komen op grond van onze overeenkomsten. 
Voor mij is dat niet iets dat ondanks mijn christelijk geloof toch mogelijk is, of daar los van staat; nee, het heeft juist te maken met de kern daarvan: in God, die ons allen overstijgt, die Vader is van ons allemaal, zíjn we al met elkaar verbonden. Dat is voorgegeven en overstijgt al onze mogelijke verschillen. Wij hoeven dat als mensen onder elkaar als het ware alleen maar recht te doen. Waarbij verschillen mogen bestaan.
Dat is ook wat ik zie in Jezus, die zich immers met mensen van alle mogelijke pluimage verbindt. En wat je kunt zien in de werking van de Geest, die overal grenzen wil doorbreken. En daarom hoop ik ook op een kerk die daar dé plek voor is: waar alle mensen, zo veelkleurig en verschillend als we kunnen zijn, zich toch allemaal opgenomen kunnen voelen in de overkoepelende verbondenheid van de liefde van God. Inderdaad, dat is toch Amazing Grace
                                                                                                                                                                    Ds. Jelbert Versteeg


Amazing Grace’ betekent letterlijk ‘verbazingwekkende genade’. Voor wie nieuwsgierig is: bedoelde uitvoering is te vinden op YouTube onder de titel ‘Amazing Grace - Best Version By Far!’ geplaatst door iemand onder de naam ‘truthcrisis’ (what’s in a name…). Deze uitvoering wordt volgens de reacties gezongen door Judy Collins. https://www.youtube.com/watch?v=CDdvReNKKuk. Voor de reactie van King Wabbajack (met afbeelding van Nelson Mandela) is het wel even zoeken, inmiddels staan er al veel andere reacties eerst vermeld…







Tussen Pasen en Pinksteren. Opstanding en opstandigheid. 
Je zou kunnen zeggen dat het paasfeest niet maar twee, maar wel vijftig dagen duurt. De hele periode tot aan het pinksterfeest is in zekere zin nog steeds Pasen. Heel die tijd staat nog helemaal in het teken van Pasen, om volop te leven in het licht van de opstanding. Zo wordt het ons nog maar eens des te duidelijker dat het Christelijk geloof een opstandingsgeloof is. Trouwens, het gaat zelfs niet te ver om iedere zondag een klein Paasfeest te noemen. Niet voor niets komen christenen bij elkaar, niet op de sabbat, de zevende dag van de week, maar op de zondag, de eerste dag van de week: dat is immers de opstandingsdag, de eerste dag van een nieuwe schepping. De dag die de eerste christenen dan ook al vanaf het begin wekelijks samen vieren. 
Dus ja, het christelijk geloof is een opstandingsgeloof, dat ons keer op keer weer wil bepalen bij het vertrouwen, bij de hoop dat donker en schaduw en angst en zinloosheid nooit het laatste woord zullen hebben. Want God legt zich daar niet bij neer. En Hij is zelf de bron van kracht tot opstanding. Een kracht die ook daadwerkelijk ervaren en gezien kan worden in de wereld en mensen om ons heen, een kracht om ook zelf uit te leven (denk aan de preek van Pasen of zie mijn meditatie in het Klankbord van april).
Daarmee is het christelijk geloof ook een opstandig geloof. Want christenen leggen zich dus niet neer bij de wereld zoals die is, bij alle leed en lijden en pijn. Christenen leggen zich nooit (definitief) neer bij, maar komen (toch weer) in opstand tegen al wat mis is in deze wereld. Juist de kracht van de opstanding laat steeds opnieuw geloven dat het anders kan, en anders moet. Opstanding gaat zo ook over fundamentele hoop die tegen alles in toch weer de kop opsteekt. Steeds opnieuw: levende hoop. 
Zo leven we naar het Pinksterfeest toe, het feest van de Geest dat vertelt hoe mensen ‘de geest krijgen’ om te leven uit die goddelijke geest van kracht tot opstanding en opstandigheid. We vieren die Geest bij uitstek met Pinksteren. Maar laat het nu al ons gebed zijn om te leven in die geest. Laat het elke dag ons gebed zijn! Daarom geef ik u hieronder graag een mooi gebed mee van Alfred C. Bronswijk, uit de bundel ‘Rakelings nabij’ 
                                                                                                                                                                                                                           Ds. Jelbert Versteeg



Geest van opstandigheid

Kom in ons midden,
Geest van opstandigheid,
die ons de moed schenkt
om in te gaan 
tegen alles wat kleineert,
tegen alles wat het uitzicht ontneemt,
tegen alles wat misbruikt en schendt,
tegen alles wat onvrede brengt. 

Kom in ons midden
Geest van opstandigheid,
die ons de kracht geeft
om mee te werken
aan alles wat gerechtigheid bouwt,
aan alles wat tranen droogt,
aan alles wat leven bevordert,
aan alles wat strijdt tegen de dood.

Kom in ons midden 
Geest van opstandigheid,
die ons leert geloven
in alles waarin liefde woont,
in alles wat kloven overbrugt,
in alles wat verzoening brengt,
in alles wat Christus de mensen geboden heeft

Eerdere meditaties uit Klankbord

April 2017 Pasen: I rise (Ik verrijs)

In ‘De Wereld Draait Door’ ging het nog niet zo lang geleden over Maya Angelou, een bijzondere zwarte Amerikaanse vrouw, die overleed in 2014, zesentachtig jaar oud. Zij was voor velen een inspiratie, onder meer voor mensen als Oprah Winfrey en Barack Obama. En misschien ook voor ons?


Maart 2017 Van Gogh, Jezus en jezelf
In februari was er een mooie expositie van lokale kunstenaars in de Grote Kerk. Zij hadden zich laten inspireren door Vincent van Gogh, wat tot uiting was gekomen in heel diverse en vaak kleurrijke werken in allerlei stijlen; niet alleen schilderijen maar ook sculpturen van ‘een waanzinnige’ tot een groepje ‘vliegende vogels’ tot een groot gestileerd metalen ‘oor’. Die laatste herkende ik als ‘een oor’ op het moment dat ik bedacht dat dat natuurlijk te maken heeft met een gegeven dat onlosmakelijk verbonden is met Vincent van Gogh: dat hij eigenhandig zijn eigen oor heeft afgesneden! Een bizarre daad, waarvan je je alleen maar kunt afvragen: Hoe kom je daar in hemelsnaam toe?


Januari 2017 Wat een hufter!

Doodhouwen, dat doo’j nich.
’n Echt brekken, dat doo’j nich.
Stellen, dat doo’j nich.
Valse verkloarings ofleggen teagenoawer wel ow ’t nöagste is, dat doo’j nich.
Exodus 20: 13 – 16 (Biebel in de Twentse Sproake)