Concert Sweelinck Kamerkoor zaterdag 17 november 2018

Concert Sweelinck Kamerkoor zaterdag 17 november 2018

Thema: “'Der Bräutigam kommt!' (muziek rond het einde van het kerkelijk jaar).Zondag 25 november is de laatste zondag van het kerkelijk jaar. In veel kerken worden dan de overledenen herdacht. Enerzijds lees meer:

Sobere maaltijden in de Grote Kerk

Sobere maaltijden in de Grote Kerk

Samen op weg naar Pasen Ontmoeting en bezinning bij vier sobere maaltijden op vier vrijdagen tijdens de vastentijd in vier kerken in Epe. De Raad van Kerken Epe nodigt iedereen (volwassenen en kinderen) lees meer:

Nieuwe foto's

Nieuwe foto's

Klik in menubalk op 'Fotoalbum'    Hier zijn nieuwe foto's te bekijken. lees meer:

  • Concert Sweelinck Kamerkoor zaterdag 17 november 2018

    Concert Sweelinck Kamerkoor zaterdag 17 november 2018

    Thema: “'Der Bräutigam kommt!' (muziek rond het einde van het kerkelijk jaar).Zondag 25 november...

  • Sobere maaltijden in de Grote Kerk

    Sobere maaltijden in de Grote Kerk

    Samen op weg naar Pasen Ontmoeting en bezinning bij vier sobere maaltijden op vier vrijdagen...

  • Nieuwe foto's

    Nieuwe foto's

    Klik in menubalk op 'Fotoalbum'    Hier zijn nieuwe foto's te bekijken.

Mens zijn zoals een boom
(bij Psalm 1: 1-3)

1Gelukkig de mens
die niet meegaat met wie kwaad doen,
die de weg van zondaars niet betreedt,
bij spotters niet aan tafel zit,
2maar vreugde vindt in de wet van de HEER
en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.

3Hij zal zijn als een boom,
geplant aan stromend water.
Op tijd draagt hij vrucht,
zijn bladeren verdorren niet.
Alles wat hij doet komt tot bloei.

In het najaar zijn het altijd weer de bomen die in het oog springen. Met prachtige bruinrode en goudgele kleuren, met de vele vruchten, noten en bessen die ze tot in deze tijd van het jaar geven, en vervolgens ook met alle verdorrende en vallende bladeren. In de herfst trekken bomen meer dan anders onze aandacht.Bomen dus. Psalm 1 vergelijkt een mens met een boom. En wel een gelukkig mens met een boom ‘geplant aan stromend water’ - dus altijd voorzien van een bron van water en voeding. En daarom ook vruchten voortbrengend, en niet verdorrend. Alles wat hij doet komt tot bloei…
Wie wil er niet gelukkig zijn? En merken dat de dingen die je doet, tot bloei komen? Dat je zélf tot bloei komt, dat je vruchten voortbrengt in je leven. En niet stilaan verdort, maar gevoed en krachtig blijft.

Een gelukkig mens lijkt dus op een boom. Daar ging nog iets aan vooraf: gelukkig wordt geprezen wie niet meegaat met wie kwaad doen, zich niet inlaat met wat niks goeds oplevert; wie zich niet laat verleiden ‘het slechte pad’ op te gaan; en wie niet wil gaan horen bij de spotters, de miskende, boze en cynische mensen van deze wereld. Dat soort dingen maken geen mens gelukkig. 
Nee, gelukkig is veeleer iemand die in het leven blijft geloven in verschil tussen goed en kwaad, en vasthoudt aan een positieve, vreugdevolle leefwijze om altijd het goede te willen zien en nastreven. Dat zó het goede leven te vinden is, zou je kunnen karakteriseren met ‘de wet van de Heer’. 

Zó iemand is als een boom. Die staat stevig. Het is iemand die is geworteld. Ik zie daarin vooral een gezonde, hoopvolle levenshouding, waarin een mens erkent dat ons leven niet op zichzelf staat, maar, zoals een boom geworteld is, onzichtbaar verbonden, rustend en groeiend op een dragende ondergrond. Geluk is niet plat en oppervlakkig.
Noem het daarom wijs of spiritueel of gelovig of bewust, of nog anders. Maar wie zichzelf net als een boom geworteld weet en in verbinding blijft met de Bron als de ondergrond van je bestaan, wie de diepere lagen van het leven niet negeert maar zich als het ware van binnenuit laat voeden en drenken door een stroom van leven gevend water - zo iemand mag je denk ik een werkelijk gelukkig mens noemen. 

Kijk daarom deze herfst met nog extra aandacht naar al die mooie bomen die je ziet! Het kan zomaar een herinnering en aansporing zijn voor jezelf om zó mens te willen zijn: als een boom, die geworteld blijft en stevig staat, die tot bloei komt en vrucht draagt. Een gelukkig mens

                                                                                  Ds. Jelbert Versteeg

Puppy-cursus met Paulus

Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.
(Fillipenzen 4:8)

Wij hebben sinds een paar weken een puppy. Een hoogblonde Golden Retriever en ze heet Sira. Een lief en prachtig beestje. Dat is natuurlijk hartstikke leuk, maar een puppy moet je natuurlijk wel opvoeden. Beter gezegd, die moet je trainen, want eigenlijk gaat het puur om het aanleren van gedrag. (Terwijl opvoeden iets anders is, dat doe je met kinderen, die je bepaalde normen en waarden en een wereldbeeld wil bijbrengen, zo dat ze zich die innerlijk eigen maken en daarvanuit leren om eigen keuzes te maken in het leven.) 
Nu heb ik zeer weinig (zeg maar geen) ervaring met honden of puppies. Toch wel goed dat mijn vrouw zich van te voren flink in de materie verdiept heeft. En van wat ik daarvan heb meegekregen is dit de grote lijn: om een hond gewenst gedrag aan te leren moet je al het gewenste gedrag enthousiast prijzen (goed zo!), benoemen (kom, zit, volg, etc., zodat ze haar gedrag gaat koppelen aan het woord dat je zegt) en belonen (met een klein hondensnoepje, zodat er een positieve, stimulerende associatie ontstaat). 
Ongewenst gedrag daarentegen kun je het beste negeren. Probeer niet (of zo weinig mogelijk) te corrigeren en zeker niet te straffen, maar de hond af te leiden naar gewenst gedrag. Waarom? Omdat juist voor een hond het adagium geldt ‘ook negatieve aandacht is aandacht’. En uiteraard moet je in alles consequent zijn.
De theorie is duidelijk, maar in de praktijk is dat allemaal nog best lastig. Als Sira iets doet wat niet mag, dan is de neiging toch heel sterk om al snel ‘nee’ of afkeurend uh-uh te zeggen. Of in te grijpen om het te doen stoppen. Zeker op minder geduldige momenten. Maar zodra je je ermee bemoeit en haar wegduwt of omlaag zet of iets bij haar weghaalt dan wordt het voor een hond al snel een spelletje. ‘Leuk!’ denkt ze, ‘ik krijg aandacht!’ En dan probeert ze dat natuurlijk nog een keer. Ongewild kun je zo gedrag dat je niet wilt, zelf versterken.
Oftewel, als het gaat om het trainen van een pup, dan moet je dat wat je niet wilt, wat je niet waardeert, zo weinig mogelijk aandacht schenken. In plaats daarvan moet je steeds kijken naar alles wat ze (toevallig of bedoeld) wel doet zoals je het wilt en dat steeds weer prijzen en belonen. Oftewel: steeds gericht zijn op het positieve en verder heel geduldig zijn.
Toen dacht ik: als we dat breder bekijken, is dat dan geen wijze levensles? Niet alleen als het gaat om honden, maar ook voor onszelf als mensen. Voor hoe ik zelf in het leven sta. Het leven gaat nooit alleen over rozen, er zijn altijd zowel positieve als negatieve dingen. Maar is de kunst dan niet vooral om steeds weer te kijken vooral naar al het positieve? Niet alleen in het groot, maar juist ook het kleine. Consequent oog hebben voor al wat mooi of goed is in het leven. Alles wat waardevol voor je is. Datgene waarvan je kunt genieten. Alles waar je dankbaar voor mag zijn. Want hoe meer je aandacht uitgaat naar het negatieve, hoe meer je dat je leven en je stemming laat bepalen. 
Maar is dat wel realistisch? Is dat niet simpelweg meer van het platte en oppervlakkige ‘positief denken’ dat we in deze tijd toch al vaak genoeg horen? Dat denk ik niet. Ik bedoel eerder een doorleefde levenshouding die bijvoorbeeld onze voorouders ook al kenden, getuige de zegswijze (en het lied) ‘tel uw zegeningen’. En ik denk aan een oude dame die me vertelde ‘Ik begin de dag met lof en ik eindig hem met prijs’. Dat is wat ik herken in wat door Paulus zo mooi wordt verwoord: schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. Kijk vooral naar al het positieve, en laat het negatieve niet de toon van je leven bepalen.
Dat is meer dan alleen iets puur persoonlijks. Misschien kunnen we ook meer zo naar elkaar kijken? Kritiek hebben op anderen is makkelijk. Iedereen heeft tenslotte mindere eigenschappen of doet weleens onhandige dingen. Maar zouden we daar niet veel vaker mild mee kunnen omgaan, in zekere zin heel veel gewoon negeren? Onderlinge sfeer en verstandhoudingen komen veel meer tot bloei als kijken vanuit dat wat je juist waardeert aan elkaar! Schenk dus ook onder elkaar vooral aandacht aan al wat goed gaat en gewaardeerd kan worden. En spreek dat uit, wees complimenteus, geef lof ‘aan alles wat deugdzaam is en lof verdient’. Want al zijn mensen geen honden, toch werkt dit denk ik voor mensen hetzelfde: prijzen stimuleert en versterkt het zelfvertrouwen. Zó ontstaat een positieve sfeer die opbouwend werkt en waarin mensen gedijen.
Met onze Sira gaat het ondertussen al heel aardig. Ze doet al ‘zit’ en is vrijwel zindelijk. Zo kom je zelf best een eind. Maar om echt te oefenen moet je natuurlijk op puppy-cursus. Waarbij je op puppy-cursus als baasje vooral ook (over je-) zelf veel schijnt te (moeten) leren. Dan maar goed dat die ook voor ons bijna gaat beginnen. 
Geldt dat niet ook als je die levenshouding van Paulus wilt leren? Zelf kom je best een eind. Maar waar kun je terecht voor meer? Dát moet de kerk zijn: de plek waar we ons met en naar elkaar en ieder ander juist daarin oefenen: aandacht schenken aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient.        
                                                                                                                                                   ds. Jelbert Versteeg



God in Zwitserland

Bent u in de vakantieweken God nog ergens tegen gekomen? Wij waren in Zwitserland. En ja, God was er ook.

Hoe dan?
In het imponerende natuurschoon van beken en meren, bomen en bloemen bijvoorbeeld. (Véél bloemen, en vooral ook zoveel verschillende). 
En in de grootsheid van gebergte waartegenover je eigen kleinheid des te sterker ervaart (en waarvandaan je met afstand neerkijkt op de drukke bewoonde wereld van bewegend verkeer en krioelende mensen waardoor alles dan tegelijk heel nietig maar ook vredig oogt). 
Natuurlijk op de bergtoppen, waar je je letterlijk en figuurlijk dichter bij de hemel voelt (niet voor niets is juist daar dan ook bijna altijd wel een kruis geplaatst). 
Maar ook in de Nederlanders die we troffen bij een van de Nederlandstalige kerkdiensten die, best bijzonder vonden wij, in het gebied van het Berner Oberland ’s zomers nog steeds gehouden blijken te worden. 
En mag je niet ook zeggen dat God aanwezig is in het klingelen van een koebel in de verte of in de verkoeling van een duik in een meer of in de glans van het vuurtje waarin we ’s avonds marshmallows poften?

Maar het sterkst kwam God naar voren in een ontmoeting
We kwamen op een kleine camping aan een meer die werd gerund door een heel aardige blonde vrouw van een jaar of vijftig. Een vriendelijke oudere man, die er met zijn pet en korte maar stevig postuur uit zag als een oude zeeman, hielp haar. Het bleek haar vader. Het was fijn dat hij haar hielp zei ze, en het was ook goed voor hem want zo had hij wat omhanden en afleiding. Zijn vrouw, haar moeder, was namelijk nog maar drie weken geleden overleden… 
Gedurende die week maakte ik ook met die vader af en toe een praatje. Toen ik zei dat hij er uit zag als een zeeman, vertelde hij dat hij vroeger inderdaad graag zeeman geworden was maar het was anders gelopen. Zijn vader had hem aangewezen om de camping over te nemen. Daar had hij helemaal vrede mee, want zo had hij immers op een prachtige plek kunnen leven en het was weliswaar een kleine camping, maar ze waren toch geen mensen die leefden voor het geld. Hij en zijn vrouw waren eigen baas geweest en hadden zich altijd vrij gevoeld. Ze hadden er samen een mooi en gelukkig leven aan gehad. De zomerweken waren duidelijk het drukst. Maar wat deed hij dan in de winter? Dan probeerde hij ook wat te verdienen als ‘Holzschnitzler’ begreep ik, houtsnijder, waarvoor hij ook een werkplaats onder in huis had.
Dat houtsnijwerk had me nieuwsgierig gemaakt. Een dag voordat we weer zouden vertrekken, vroeg ik of hij ons niet zijn werkplaats wilde laten zien. Dat deed hij graag en hij ging ons voor. Daar stonden een heel aantal prachtige grotere en kleinere houten beelden. Bovendien bleek de houtsnijder ook mooie schilderijen te maken. In het oog sprong een imposant beeld van een metershoge adelaar. Bedoeld om te verkopen naar Amerika zei hij, maar het was nog onvoltooid. Hij was er een hele tijd niet meer aan toegekomen, want hij had namelijk zijn vrouw thuis verzorgd toen ze ziek werd en dat ging voor alles. En hij vertelde met veel liefde over zijn vrouw, hoe hij haar ontmoet had, hoe fijn ze het hadden gehad samen, en ook hoe ze was gestorven. Hij prees zich gelukkig want hij had de liefste en mooiste vrouw van de wereld en liet ons een oude dia van haar zien ten bewijs. 
Dat die tijd nu voorbij was, dat ze er niet meer was, dat deed hem dáár toch zo’n zeer, zei hij met vochtige ogen terwijl hij met zijn hand op zijn hart klopte. Maar, zei hij er zomaar en met kracht achteraan, hij geloofde dat hij haar straks weer zou zien, want hij vertrouwde op Christus, Christus die immers de dood heeft overwonnen. Dankzij dat geloof was er niet alleen verdriet maar kon hij toch ook verder.

Dat iemand ons dat allemaal zo ronduit vertelde, zo persoonlijk en oprecht, en ook onbekommerd zijn geloof daarin meebracht (terwijl wij daar van onze kant geen enkele toespeling op hadden gemaakt, ik had ook helemaal niet verteld dat ik predikant ben of zoiets), dat raakte ons. En bijzonder hoe je dan zomaar een band kunt hebben met iemand die je tot voor kort nooit had ontmoet. Ik zou zeggen: juist waar zoiets gebeurt tussen mensen, daar is Gods Geest aan het werk. Dan ervaar je iets van Godswege.
En op de een of andere manier nog des te meer als God dan daarbij ook ter sprake wordt gebracht. Zo blijft ook het afscheid me bij. Bij ons vertrek van de camping zei de houtsnijder tot elk van ons welgemeend ‘Gott behüte dich’ – ‘moge God je behoeden’. In feite alsof hij ons zegende.

Eenmaal thuis moest ik denken aan het mooie kinderboekje ‘Niemand is zoals jij’ van Max Lucado. Daarin gaat het over Nerflanders, kleine mensen van hout, ieder eigenhandig gemaakt door Eli, de houtsnijder die hoog op de heuvel woont. Oftewel, God zélf voorgesteld als houtsnijder. Een beeld dat onze campingbaas vast zou aanspreken. En een beeld dat voor ons in elk geval sinds deze vakantie nieuwe lading heeft gekregen.
Zo was God in Zwitserland – voor ons tenminste. Maar misschien kunt u zelf ook wel vertellen waar en hoe u God bent tegengekomen. Ik hoop het. Ver weg of naast de deur. In natuurschoon, een kerk, of in een ontmoeting. Als we er voor open staan, kruist Hij ons pad misschien wel vaker dan we denken.

Gott behüte dich.
                                                                                                                      Ds. Jelbert Versteeg

Zeg niet

Zeg niet Vader
als jij je niet als kind gedraagt.
Zeg niet Onze
als je opgesloten zit in je egoïsme.
Zeg niet Die in de hemelen zijt
als je alleen maar aan aardse dingen denkt.
Zeg niet Uw naam worde geheiligd
als je alleen maar aan je eigen eer denkt.
Zeg niet Uw koninkrijk kome
als je het verwart met materieel succes.
Zeg niet Uw wil geschiede
als je het niet accepteert wanneer die je niet bevalt.
Zeg niet Geef ons heden ons dagelijks brood
als je je niet bekommert om wie armoede lijdt.
Zeg niet Vergeef ons onze schulden
als je wrok blijft koesteren jegens je naaste.
Zeg niet Leid ons niet in verzoeking
als jij jezelf eraan blootstelt
Zeg niet Verlos ons van de boze
als jij jezelf niet met hart en ziel inzet voor het goede.
Zeg niet Amen
als je de woorden van het Onze Vader niet serieus neemt.


Auteur onbekend
-----------------------
Bron: tekst gevonden in een Franse kerk 
en vertaald in het Nederlands door Kees van Veen, zinrijk.nl

Het derde geslacht en het vierde
Bij Exodus 20: 5 en 6 (NBV)

De laatste keer dat we in de Grote Kerk de Tien Woorden lazen (die toen in dialect klonken), hebben we deze verzen overgeslagen: ‘Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht.
Overgeslagen ja, want zijn dit geen Bijbelverzen om je tanden op stuk te bijten? Hoe moeten we dit opvatten? Dat hangt mede af van hoe je Godsbeeld is, en hoe iemand de Bijbel leest. Vooral omdat de Bijbel bepaald niet altijd eensluidend is, maar eerder een meerstemmige bibliotheek vormt. Zo kan er op andere plaatsen net zo goed ook in benadrukt worden dat bijvoorbeeld een zoon niet hoeft te boeten voor wat zijn vader heeft misdaan. 
Maar wat moeten we dan aan met die woorden uit (onder meer) Exodus 20, over dat latere generaties moeten boeten voor wat hun (voor-)ouders hebben misdaan?

Nuchter bekeken zijn er wel degelijk genoeg dingen waarbij het zo klaar als een klontje is dat volgende generaties zullen moeten boeten voor de handelswijze van hun voorgeslacht. Denk aan het in enkele tientallen jaren opsouperen van een enorme hoeveelheid eeuwenoude natuurlijke hulpbronnen (en in het geval van Nederland ook van de opbrengsten ervan (gas)…). Denk aan de klimaatverandering en de stijgende zeespiegel. De gigantische plastic soep in de oceanen, waardoor plastic langzamerhand in de voedselketen en lichaamsweefsel terechtkomt. Kernafval. De uitputting van landbouwgrond door te intensief gebruik. Denk aan maar doorgaande vernietiging van tropisch oerwoud. Het jarenlange gebruik van asbest. Enzovoort….
Talloze voorbeelden waarbij de leefwijze en keuzes van eerdere generaties langdurig nadelige gevolgen hebben voor hun eigen kinderen en drie of vier (of nog veel meer?) nog volgende generaties. De schuld van de ouders, waarvoor de kinderen zullen moeten boeten, om zo te zeggen. En scherper gezegd: ook de schuld van ons als ‘ouders’, want wij zijn het die nu leven en nu keuzes maken (waarbij niet kiezen ook kiezen is…).

Geen één van deze dingen staat letterlijk in de Bijbel genoemd. Hoe kan dat ook, in een boek (of bibliotheek) uit zo’n andere tijd en cultuur. Toch hebben we hier dankzij de Bijbel wel een woord voor: zonde. En hoe hard die woorden ‘wanneer ze mij haten’ ons misschien ook in de oren klinken - lijkt het zo bekeken inderdaad niet alsof we God en zijn goede schepping haten?

Terwijl als we werkelijk God als Schepper zouden liefhebben en zouden doen zoals God gebiedt, of anders gezegd het ons aanreikt – verantwoordelijkheid en zorg dragen voor die schepping, ons eigen belang (of hebzucht) daaraan ondergeschikt maken – dan zou die goede aarde nog tot in het duizendste geslacht van Gods liefde kunnen getuigen! Was het niet vanaf ‘in den beginne’ zó bedoeld?

In de christelijke geloofstraditie vraagt zonde altijd om bekering, vaak vooral vanwege de schuld die op ons zelf drukt. Maar ik zou nu eerder zeggen dat bekering ook vooral wordt gevraagd heel concreet vanwege onze kinderen en volgende generaties. Zouden dan niet juist christenen hoognodig echt (uit hun comfortzone) moeten opstaan en voorop gaan om alles op alles zetten voor verandering? Zowel in hun persoonlijke leefwijze, als in onze maatschappij als geheel. 
Niet uit duurzaamheids-drammerigheid, milieu-morele superioriteit of groene bekeringsdrang, maar… uit liefde voor de schepper en de naaste - tot in het duizendste geslacht. 
(en was zoiets ook niet Jezus’ samenvatting van de wet?) 
                                                                                                                                                                Ds. Jelbert Versteeg

Meander mee

Wandelend langs het water van de beek,
die ingekaderd rechtdoor zijn weg vervolgt,
besef ik dat vele, vele druppels water
samen zijn gevloeid tot deze stroom.


Verderop kronkelt de beek weer als van nature
van links naar rechts met mooie bochten.
Meandert zo vrolijk verder door het landschap,
dat hier zoveel meer schoonheid toont.


Wandelend vormen mijn vele gedachten een stroom,
die vaak begrensd rechtlijnig is.
Maar laat ik ze de vrije loop,
dan meanderen ze spetterend alle kanten op.


Vormen samen de bron voor een stroom nieuwe ideeën
in de strakke denkpatronen van alledag.
Verlaat de rechte kaders van de kortste weg, fantaseer!
Meander mee, wordt zo een ander mens.


Arnold Vossebeld.



Tussen Pasen en Pinksteren: hoop die doet leven
Hoop
Diep in onszelf dragen wij de hoop.
Als dat niet het geval is,
is er geen hoop meer.

Hoop
is een kwaliteit van de ziel
en hangt niet af
van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop
is niet voorspellen
of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
voorbij de horizon verankerd.

Hoop
in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.

Hoop
is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen
omdat het kans van slagen heeft.

Hoop
is niet hetzelfde als optimisme.
Evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen.
Wel de zekerheid dat iets zinvol is
ongeacht de afloop,
het resultaat.
Vaclav Havel

Een prachtige tekst van Vaclav Havel over hoop. Geen onbekende tekst trouwens, dus u heeft hem misschien al eens eerder gelezen. Maar in dit geval wil ik hem meegeven, omdat ik er iets in herken waar het op aankomt als het gaat om de kerk en de toekomst. We trappen gemakkelijk in de valkuil om de waarde en het bestaansrecht van de kerk af te meten aan de mate van ‘succes’: als het ledental afneemt, de kerkgang terugloopt, betrokkenheid verwatert – wat is er dan voor toekomst voor de kerk? 
God en geloof verdwijnen verder uit Nederland’ kopte dagblad Trouw een jaar of twee geleden al eens naar aanleiding van het onderzoek ‘God in Nederland’. Dit onderzoek bracht bijvoorbeeld aan het licht dat inmiddels 82% van de Nederlanders zelden of nooit in een kerk komt. En dat er grote diversiteit bestaat in hoe en wat mensen geloven, ook onder kerkmensen. Mensen noemen zichzelf niet alleen wel of niet gelovend ‘in God of een hogere macht’ - maar ook ietsist, spiritueel of agnost. Enkele conclusies: grenzen vervagen, de kerk is flink vergrijsd en de Nederlandse samenleving is definitief post-christelijk. 
Duidelijk genoeg, toch? De rol van kerk en geloof lijkt simpelweg uitgespeeld. Toch denk ik: zou het er niet heel anders uit komen te zien als we de focus zouden verleggen van geloof naar hoop? Want een samenleving zonder (vastomlijnd of overeenstemmend) geloof kan misschien nog wel, maar een samenleving zonder hoop is… hopeloos. Dat geldt ook voor ieder mens afzonderlijk: hoop doet leven! Geen mens kan zonder hoop. 
Dus juist hoop is nodig. Vandaar dat ik nu deze richting op begin te denken: Waar lange tijd ‘het geloof’ op de voorgrond heeft gestaan, zouden we in deze tijd als kerk misschien meer herkenbaar mogen worden als Huis van Hoop, een plek waar de hoop levend gehouden wordt en steeds opnieuw gevoed. Dan zijn we kerk, niet omdat wij (nog) zo goed geloven, maar omdat we in het spoor van Jezus steeds weer hoop ontdekken. Een overstijgende hoop, die niet van onszelf afhangt maar die we ontvangen, hoe we dat ook zelf verder invullen. Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd. 
Hoop als uitgangspunt zou ook voor onszelf (als ‘mensen van de kerk’) de ruimte kunnen geven om verre van de kramp, de angst en de zware last te blijven vanwege de toekomst. Hoop hangt immers ‘niet af van wat er in de wereld gebeurt.’ Zo bekeken gaat het er echt niet om of de kerk succes heeft, wel of geen kans van slagen, of het goed zal aflopen. Laten we hoopvol en vrijmoedig kerk zijn, vanuit de zekerheid dat het ‘zinvol is ongeacht de afloop’. 
Hoop is onontbeerlijk. Dat geldt net zo goed ook voor ieders persoonlijke leven. Zeker als bijvoorbeeld een ziekte, een sterfgeval, een ongeluk of (relatie)problemen ingrijpend inbreken in je leven. Soms weet je niet hoe je nog staande kunt blijven. Of je bent dat stadium zelfs al voorbij, en je vraagt je af of je ooit nog op kunt krabbelen. En wat als zelfs de eigen dood in de ogen moet worden gekeken? 
Dan komt het er wel op aan: is er toch nog hoop te vinden, hoop die, ondanks alles, doet leven? De kerk is dan die plek die ons erbij bepaalt dat we leven na Pasen: het diepzinnige verhaal van wederopstanding, van vernieuwing tegen alle verwachting in. Met daarbij de uitnodiging dat we als mensen mogen delen in diezelfde kracht van opstanding. De kracht die al het leven draagt, ook ons eigen leven – en zelfs daar voorbij... 
Een soort levenskunst in het licht van Pasen dus. Maar tegelijkertijd leven we ook toe naar Pinksteren als het feest van de Geest, de Geest die harten van mensen opent voor de werking van God (of, rekening houdend met de grote diversiteit van de Grote Kerk, hoe je dat ook wilt noemen: de Eeuwige/de Ene/het Heilige/de Wezenlijke/het Onvoorwaardelijke/een Kracht/de of het Onbenoembare/’Iets’…) in ons leven en in al wat leeft – en die mensen daarin verbindt met elkaar en met de hele schepping! Zo bekeken kun je dat ook de gerichtheid van de heilige Geest noemen als Havel hoop beschrijft als ‘een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, voorbij de horizon verankerd.’ De Geest die mens en wereld als het ware steeds weer hoop inblaast.
Laat ik daarbij afsluiten met een mooi citaat van Paulus, Romeinen 5 vers 5: Deze hoop zal niet worden beschaamd, omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest, die ons gegeven is.

                                                                                                                                      ds. Jelbert Versteeg



Pasen – voor wie het niet meer kan geloven

Misschien is het nodig kan het niet anders moet het zo gaan dat geloven betekent het gaan van een weg een aflopende zoals leven afscheid nemen is

afscheid nemen van taal die niet meer spreekt 
beelden en grote woorden vaste waarheden doorboord voorgegeven antwoorden eens geleerd
bezwijken tegenover de macht van de kennis en gezond verstand weerloos als een lam

afscheid van dat ongerepte oorspronkelijke vertrouwen van vaderlijke bescherming en dat alles goed komt gedesillusioneerd te gronde onder de last van wat je als mens onderweg moet dragen aan verdriet en pijn 
tot je eenmaal bij een kruispunt -met schone handen of met schroom, eindelijk opgelucht of met weemoed- moet erkennen dat het voorbij is volbracht:
geloof buigt het hoofd moet de geest geven het doek valt dat hele geloof van ooit uiteindelijk afgestorven afgelegd dood en begraven.
en op die plaats - waar eens die hele sprookjesachtige wereld van geloof, waar ooit je hoop, 
je verlangen, je idealen - rest slechts niet-weten onvermogen scepsis gestold samengebald 
in een gedenksteen grafsteen waarachter slechts een donkere leegte. 

Maar… misschien kan alleen daar geloof zich oprichten in een nieuwe gedaante
misschien een derde dag als die steen opzij een opening 

wereld voorgoed in een ander licht de Levende als een niet meer verwachte verschijning
onherkenbaar onkenbaar ongrijpbare ontmoeting hoogstpersoonlijk overmeesterd
misschien is dit pas het begin

Ds. Jelbert Versteeg

Eerdere meditaties uit Klankbord

Februari 2018 Genderneutraal? En beelden van Jezus.
In januari werd in enkele media bericht over een Zweedse kerk die had besloten om voortaan niet met een mannelijk maar onzijdig voornaamwoord naar Jezus te verwijzen. De kerkleiding wilde daarmee de kerk toegankelijker maken voor bijvoorbeeld transseksuelen en travestieten en duidelijk maken dat transpersonen zijn geschapen door God en hun lichamen ook behoren tot Gods mooie en unieke schepsels. De kerk erkent dat de historische Jezus een man was, maar acht dit minder relevant voor het christelijke geloof in het moderne Zweden: “Jezus is waarlijk God en waarlijk mens. Daarmee stijgt Jezus uit boven hem of haar.”


Januari 2018 Wie is welkom in de Grote Kerk? 
In de Grote Kerk Epe willen we in het bijzonder welkom heten: ieder die single is, getrouwd, gescheiden, verweduwd, samenwonend, hetero, homo, lesbo, transgender, vies rijk, vuil van armoede, yo no habla Ollandes


December 2017 Bij Johannes 1:5 Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

Advent: uitkijken naar de komst van het licht


Oktober 2017 Als ik dan
Als ik dan mijn ogen dichtdoe
en mijn laatste adem blaas
- zal er dan iets zijn waarin ik
gelukzalig mij verbaas?


September 2017 De boom in?
Als je tegen iemand zegt ‘je kunt de boom in’, dan is dat over het algemeen niet aardig bedoeld. Het laat aan duidelijkheid niets te wensen over: die ander kan je op dat moment even niets schelen. Misschien – en moet ik zeggen hopelijk? – is het een uitdrukking die u zelden of nooit gebruikt. Maar toch. Zou het kunnen dat we, onuitgesproken, onbewust en ongewild, een ander toch best weleens die boodschap geven: je kunt de boom in? Aan de hand van het verhaal van Zacheüs wil ik daar even nader op ingaan.


Augustus 2017 Over de drempel
Er zijn vermoedelijk meer mensen dan we gewoonlijk denken, die niet of nooit naar de kerk gaan, maar eigenlijk best nieuwsgierig zijn, open staan, interesse of zelfs een zeker verlangen hebben om eens een kerkdienst mee te maken. Maar als je geen enkele link hebt met een kerk, hoe kom je dan zover? 
Hoe open, gastvrij en verwelkomend we als gemeente zelf ook dénken dat we zijn (‘bij ons is immers iedereen welkom!’) - voor wie niet bekend is met de kerk, is de stap om een keer naar de kerk te gaan, toch een behoorlijk grote. Zo ben ik een keer opgebeld door iemand, die vroeg of hij een keer naar de kerk kon komen – of dat gewoon zomaar kon of dat je je eerst moest melden of iets dergelijks.