Vakantietijd

Een mens werkt om te leven.
Een mens leeft niet om te werken.

Een toerist ziet in een haven een bootje liggen waarin een visser ligt te slapen. Hij wil hier een foto van maken, maar de visser wordt wakker van het geklik van het toestel. Ze raken in gesprek.
De toerist vraagt of de visser nog gaat uitvaren.
De visser schudt van nee.
‘Hoezo niet?’, vraagt de toerist.
De visser antwoordt dat hij die ochtend een goede vangst heeft gehad en voor morgen en overmorgen genoeg heeft gevangen.
De toerist begrijpt niet waarom hij dan niet nog een keer gaat.
‘Waarom zou ik?’, antwoordt de visser.
De toerist raakt op drift en probeert de visser te overtuigen dat hij veel meer zou kunnen verdienen. Op den duur zou hij mensen in dienst kunnen nemen, een eigen rokerij kunnen beginnen, een visrestaurant openen en daarna nog één.
‘Maar wat dan?’, vraagt de visser.
‘Dan kun je met een gerust hart in de haven zitten, dommelen in de zon en naar de prachtige zee kijken’, roept de toerist enthousiast.
‘Maar dat doe ik nu toch al!’, antwoordt de visser.

Prediker 9 : 8
Het bestaan is leeg en vluchtig
en je blijft maar zwoegen onder de zon.
Geniet op alle dagen van je leven.
Dat is het loon dat God je geeft.

ds. Henriëtte de Graaf
GOA SITTEN, GOD IS ALL DOAR

003KB meditatie


Net over de grens van Twente kwam ik in Duitsland dit bankje tegen.
Het stond tegen de flank van een kerk.
Het voelde als een uitnodiging van God om te komen zitten.

‘God wacht op ons.
Laten wij stil worden voor een ontmoeting met Hem.’
Een gemeentelid vroeg mij waarom ik elke zondagse viering begin met deze woorden.
Het maakte indruk op haar. Ik vroeg haar waarom.
‘Nou, je zou denken dat wij op God wachten. Maar toen ik hoorde dat God hier op óns wacht kreeg ik er meteen een andere beleving bij.
Als God wacht dan kan het toch niet zo zijn dat ik Hem laat wachten?’

In onze Godshuizen wacht God op ons.
Het is zijn huis.
Het huis waar wij bij Hem welkom zijn.

Maar ook de wereld is zijn huis.
Het huis waar wij tijdelijk mogen wonen.
Om het vervolgens weer door te geven aan onze kinderen.

God is ten principale altíjd de eerste.
God sprak en het was er.
Doordat God sprak is er leven mogelijk.

Al bij het begin van ons leven
spreekt God zijn ‘welkom’ uit
bij de doop van onze kinderen.

God blijft heel dit leven op ons wachten.
Als de wachtende Vader op zijn -verloren- zoon/kind
die ver van het (gods)huis is gedwaald.

De tafel staat klaar. In dat huis.
Goa sitten, God is all doar.

ds. Henriëtte de Graaf
MIJN GENADE IS U GENOEG

We hebben uit volle borst Pasen bezongen en gevierd.
‘Wat is er nu wezenlijk opgelost, dominee?’, vroeg een gemeentelid nadien.

Weet u dat ik met mijn mond vol tanden stond? Ik denk niet zo in oplossingen, eerder in mogelijkheden. De weg van het geloof is er niet persé een van kant en klare antwoorden, maar wel van mogelijkheden die we aangereikt krijgen om verder te kunnen.
‘Ik kom over een week bij u op de koffie’, nodigde ik mijzelf uit. ‘Dan is er vast iets van een antwoord gerijpt.’ Dat vond hij goed.

En dan gaat de Geest broeden. Broeden rondom de woorden: ‘Mijn genade is u genoeg’. Deze woorden staan in de Bijbel in 2 Korinthiërs 12 : 9a.
Paulus heeft een probleem: een lichamelijke of psychische zorg kwelt hem. Hoe hij ook bidt, het wordt niet van hem afgenomen. En dan komen de woorden tot hem: ‘Mijn genade is u genoeg’.

Daar heb je het dan mee te doen …
Is dit nu het antwoord op je vraag?
Is dit nu de oplossing van je probleem?
Nee, maar misschien biedt het wel een manier om er mee om te gaan.

Zo schreef de Duitse theologe Dorothee Sölle een boek over haar scheiding. Haar huwelijk was vastgelopen. Ze bleef gevangen in zelfverwijt en gevoelens van onvermogen. Op eigen kracht kwam ze niet uit deze crisis.
Toen ze op een keer in de kerk was, werd haar een Bijbeltekst aangereikt. Woorden van God die Paulus ooit vernam: ‘Mijn genade is u genoeg’. Die tekst had haar tot dan toe nooit zoveel gezegd. Maar nu opende zich iets.
Ze schrijft hierover: ‘Ik dacht dat mijn leven mislukt was. Dat ík mislukt was. Maar ineens besefte ik dat mislukkingen erbij horen. Ze zijn het einde niet. God aanvaardt mij met mijn tekortkomingen. Met zijn genade mag ik het doen. Dat mag voor mij genoeg zijn’.
Dit binnen te laten, zette Dorothee weer op de been ( opstanding ). Het kruis kreeg voor haar een nieuwe betekenis: het gaf haar grond onder de voeten en opende een nieuwe weg.

We hoeven in ons leven niet alles zelf te doen.
Aanvaarding en liefde mogen voor ons de grond zijn van ons bestaan.
Het is Gods weg met ons, ons geschonken in Jezus Christus.

Weet u wat we bij de koffie aten? Gebak.
‘Want ik voorvoelde al dat we wat te vieren hadden’, zei mijn gastheer.

ds. Henriëtte de Graaf
REDDEN IS ZIJN AARD.

Twee monniken staan in de rivier hun kleding te wassen.

Opeens zien zij een schorpioen die dreigt te verdrinken.
Eén van monniken schept het dier op en zet het op de oever.
Terwijl hij de schorpioen redt, steekt het beest hem.
De monnik gaat verder met zijn waswerk.
Opnieuw valt de schorpioen in het water.
De monnik redt het dier voor de tweede keer.
Hij wordt opnieuw gestoken. De andere monnik vraagt hem:
‘Vriend, waarom ga jij ermee door de schorpioen te redden
terwijl je weet dat het zijn aard is om te steken?’
‘Omdat’, antwoordt monnik, ‘redden’ in mijn aard ligt.’

Dit verhaaltje vertelt ons in notendop iets over Jezus’ houding op weg naar Pasen.
Er is een spreekwoord dat zegt: ‘Hij heeft een aardje naar zijn vaartje.’ Dat wil zeggen: hij aardt naar zijn vader. Zo aardt Jezus naar God die Hij zijn Vader noemt. Hoe dan? Redden is zijn aard.

Als we Jezus volgen, zien we telkens dat Jezus er voor kiest om de weg te gaan die voor Hem ligt. God trekt niet van bovenaf aan de touwtjes, nee, Jezus kiest zelf. Het is de keuze voor dienen, de minste willen zijn, zijn eigen leven geven tot de dood toe.
En ondertussen is daar die andere weg waarop anderen door Hem bevrijd worden uit hun doodgelopen situatie. Het is de weg waarop zelfs de dood teniet gedaan wordt. Deze twee wegen komen samen in het kruis.

Zelfs aan het kruis scheldt Jezus zijn vijanden niet uit. Maar Hij zegt in plaats daarvan: ‘Vader, vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen.’ En ‘vandaag nog zul jij met Mij in het paradijs zijn’, krijgt de man aan het kruis naast Hem te horen. Woorden van redding, uitzicht en hoop. Van leven door de dood heen. Hierin mogen wij ons allen, hier en nu, meegenomen weten!

Zo maakt Jezus voor ons God doorzichtig.
Jezus: sprekend zijn Vader.
Redden is zijn aard.

ds. Henriëtte de Graaf

PLOEGEN IN DE VEERTIGDAGENTIJD

Terwijl zij hun weg vervolgden naar Jeruzalem, zei iemand tegen Jezus: ‘Ik zal U volgen waarheen U ook gaat…. .
Jezus zei tegen hem: ‘Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom blijft kijken, is niet geschikt voor het koninkrijk van God.’
( Lukas 9 : 57,62) 

Er kan veel gebeuren in ons leven.
Mensen stellen dan soms de vraag: ‘ Waarom? ‘
‘Waarom moest mij dit overkomen?’
‘Waarom komt dit op mijn pad?’

Een mens zoekt graag een verklaring.
Hij wil begrijpen.
Om iets een plek te kunnen geven.
Of om het iets dragelijker te kunnen maken.

De filosoof Kierkengaard ( 19e eeuw) zei eens:
‘Het leven kan alleen achterwaarts begrepen worden;
maar het moet voorwaarts worden geleefd.’

Dit past bij het beeld van de ploeger.
De ploeger moet vooruit kijken, naar een stip op de horizon.
Dan worden zijn voren recht. Als hij achterom kijkt, gaat het mis.

We mogen ons door de toekomst laten leiden.
Beter dan door ons vast te laten zetten door het verleden.
Zo trekken we de Veertigdagentijd door, de Stille Week in, richting Pasen.
De opstanding gloort.

ds. Henriëtte de Graaf

WAAR BOUW IK OP?

De eerste weken van het nieuwe jaar zijn alweer voorbij.
We stellen ons de vraag: wie of wat is het fundament van mijn leven?
Waar wil ik op bouwen?

Pas op wat je aanbidt, houdt de Bijbel ons voor.
Is carrière je godsdienst, dan heeft je werkweek nooit genoeg uren.
Verafgood je geld, dan is je banksaldo altijd te laag.
Aanbid je je eigen lichaam, dan sterf je duizend doden voor ze je begraven.
Leef je voor intellectuele erkenning, dan ben je altijd bang dat je door de mand valt.

Het verraderlijke is dat de meeste vormen van verafgoding onbewust bezit nemen van je leven. Je meet je eigen waarde eraan af, zonder dat je het doorhebt. De kunst is verstandig te kiezen wát je wilt aanbidden.
Waar bouw je op?

‘Geloven in jezelf’ was het grote dogma van de 21e eeuw.
Tot de coronacrisis ons als selfmade mensen veel zekerheden uit handen heeft geslagen. We ontdekten opeens het drijfzand van ons ‘zelvige’ geloof.

De Bijbel houdt ons voor: jijzelf bent niet de maat der dingen. Dit zou meedogenloos en onbarmhartig zijn. Niemand kan zichzelf aan zijn eigen haren uit het moeras trekken. En dat hoeft ook niet. Daar heb je anderen bij nodig.

Zo verheldert Jezus : zoek je fundament niet in jezelf maar in verbondenheid.
Verbondenheid met God, elkaar en de schepping waarvan je deel uitmaakt.
Hij zegt het als volgt: ‘Laat dit de kern van je leven en van de wet zijn:
God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf.’

Je hoeft namelijk je hele leven niet zelf te dragen; je wórdt allereerst gedragen.
De eerste die jou liefheeft is God.
Jij bent geliefd zonder er iets voor te doen.
Van daaruit kun je liefde schenken aan de ander.
En wie geeft die ontvangt!

ds. Henriëtte de Graaf

Eerdere meditaties uit Klankbord


December 2023Staak de strijd!
In Psalm 42 horen we over de vernietigende kracht van het water en over het vredige water dat kabbelt.


Mei 2023Vele gaven, één Geest: koester verschillen
(bij 1 Korintiërs 12)
Wat betekent de heilige Geest eigenlijk voor ons? Waar is de Geest te vinden in ons eigen leven? Of in dat van anderen? Kunnen we daar iets over zeggen? Zouden we daarover iets durven zeggen? Zo rondom Pinksteren is het aardig om nog eens verder te denken over ‘de gaven van de Geest’


April 2023Tussen Pasen en Hemelvaart - Door de wereld gaan
Wij hebben een hond: Sira. Elke ochtend ben ik thuis degene die met Sira een wandelingetje maak.


Februari 2023Wie wil er geen priester zijn?
Het was Sinead O’Connor die in een filmpje op YouTube iets zei wat me raakte. Sinead O’Connor – wie kent haar (nog)?